Bladwijzer en delen

Over de auteur

Geert Janssens

Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.

 


 

Catch-22 en de euro
Geschreven door Geert Janssens   
donderdag, 19 mei 2011 12:17

De val van Dominique Strauss-Kahn bedreigt ook de stabiliteit van de eurozone, die zich steeds meer in een Catch-22 situatie bevindt. We zijn allang voorbij het punt dat de euro kan worden gered zonder draconische ingrepen.

De affaire DSK

Zoals het gefladder van een vlinder in het Amazonewoud de weerkaarten over de gehele wereld in de war kan sturen, zo ook lijkt een hotelkamerscene in New York de politieke en financiële wereld op zijn grondvesten te kunnen doen daveren. De beschuldigingen aan het adres van Dominique Strauss-Kahn (DSK) en het daaruit volgend ontslag als topman van het IMF kan zware gevolgen hebben. Vooral voor de stabiliteit van de eurozone komt de affaire DSK op een zeer slecht moment. De financiële steun van het IMF legitimeerde de achtereenvolgende reddingsoperaties in het zog van crisis. Bovendien was de scheidsrechterlijke inbreng van de intelligente DSK vaak cruciaal voor het ontmijnen van interne Europese rivaliteiten die bij dergelijke politiek getinte reddingsoperaties onvermijdelijk de kop op steken. Nu hij er niet meer is, mag gevreesd worden dat het IMF de rol van draaischijf veel minder nadrukkelijk zal willen en kunnen spelen.

Catch-22

Het maakt de uitdagingen voor de eurozone nog groter. In zijn wekelijkse column in de Financial Times omschreef Martin Wolf de situatie van Griekenland als een Catch-22 spelletje. Catch-22 verwijst naar een roman van Joseph Heller waarin iemand moet kiezen tussen twee opties, maar daarbij in een vicieuze cirkel terecht komt. In het geval van Griekenland weten schuldeisers dat het land niet bij machte is om geld te lenen tegen de voorwaarden die de markt vraagt. Het veronderstelt een fenomenaal hoge economische groei om tegen dergelijk hoge rentevoeten op een duurzame wijze te ontlenen. De markten weten dat ook. Om te kunnen lenen aan lagere rentevoeten dient men als schuldenaar dus eerst geloofwaardiger te worden. In de praktijk is echter gebleken dat harde saneringen snel stoten op de grenzen van het politiek-electoraal haalbare. Maar zelfs dan nog kan een te drastische sanering leiden tot deflatie, wat op zijn beurt de terugbetalingcapaciteit van een land ondermijnt.

Uit de euro?

De conclusie van het Catch-22 game is dat Griekenland – en wie weet binnenkort ook andere landen van de eurozone - gedoemd is om ten eeuwigen dage aan de infusen van het Europees Stabiliteitsmechanisme en het IMF te blijven hangen. Maar daarmee kan niemand vrede nemen. Er zijn meerdere uitwegen uit deze patstelling, maar geen enkele kan echt bekoren. De meest voor de hand liggende – althans vanuit een puur economisch standpunt – is dat de Grieken uit de euro stappen en overschakelen op een eigen, goedkope munt. Ondanks de enorme chaos die dat zou creëren, zou dit alleszins de competitiviteit in één keer herstellen en het land definitief op weg helpen naar een duurzaam herstel. Helaas is het gebrek aan competitieve kracht voor Griekenland veel meer dan enkel een kwestie van lonen en prijzen. Er is ook een gebrek aan industriële capaciteit en know-how en dat herstel je niet met een devaluatie. De devaluatie zou de Grieken overigens niet verlossen van de nood aan discipline zonder dewelke inflatie de ingewonnen concurrentiekracht snel dreigt uit te hollen. Discipline heet in Griekenland nog steeds een vies woord te zijn. Uit de euro stappen is bijgevolg niet aan de orde.

Naar het voorbeeld van de Baltische staten?

Wat overblijft zijn twee opties. De eerste is een pijnlijk proces van drastische besparingen en inleveringen. Een schier onmogelijke opdracht? De Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) toonden aan dat het mogelijk is om zonder devaluatie van de eigen munt de competitiviteit op zeer korte tijd te herstellen. In hun streven om op termijn tot de euro te kunnen toetreden, wilde men bij het uitbreken van de financiële crisis een devaluatie absoluut vermijden. Daarom ging men over tot een interne devaluatie (zie ook onze septembernota 2009). Concreet liet men de lonen dalen met 18,1 procent. Ook in de publieke sector werd zwaar ingeleverd, waardoor ook de begroting kon worden gesaneerd. Dit proces ging onvermijdelijk gepaard met een massale vernietiging van jobs. De grote productiviteitswinsten die konden worden gerealiseerd, maakten de economie evenwel opnieuw competitief. Dit alles ging uiteraard niet zonder slag of stoot. De economie van deze drie staten kromp in 2009 gezamenlijk met 15,5 procent en de werkloosheid steeg met 12,8 procentpunten tot 16 procent van de beroepsbevolking.

Figuur 1: Herstel concurrentiekracht

concurentiekracht 

Bron: IMF

Er waren echter ook positieve gevolgen. Waar het gezamenlijk tekort op de lopende rekening in 2007 nog 17,7 procent bedroeg, werd dit in 2009 omgezet naar een overschot van 5,8 procent van het BBP (zie figuur 1). Vooral de ommezwaai van Letland springt in het oog. Bovendien trok de economische groei in de drie Baltische staten sindsdien fors aan, veel sterker dan in het zuiden van Europa. De ervaringen van de Baltische staten leren dus dat het niet onmogelijk is om met succes drastisch in te grijpen. Dat roept meteen de vraag op waarom landen als Griekenland en Portugal nog niet verder zijn opgeschoten met het herstel van hun concurrentiekracht. Hoewel hun uitgangssituatie op competitief vlak in 2008 vergelijkbaar was met die van de Baltische staten, zijn ze ver achterop gebleven. Blijkbaar zijn deze landen er niet in geslaagd om de harde saneringen vroegtijdig door te voeren. De redenen zijn overduidelijk. Er is niet alleen de koudwatervrees voor onpopulaire maatregelen. Voor leden van de eurozone was er ook het uitzicht op massale hulp. Daarmee kon ook zonder drastisch in te grijpen het staatsbankroet worden voorkomen.

Schuldherschikking?

De conclusie is bijgevolg dat er heel wat tijd werd gewonnen met tal van reddingsoperaties, maar dat die niet goed werd gebruikt. Zeker Griekenland had al veel verder moeten staan. Inmiddels is de situatie van dit land echter zo precair geworden dat we niet meer moeten spreken van een nood aan drastische maar eerder draconische ingrepen. Griekenland heeft het momentum van een heropleving van de wereldeconomie grotendeels aan zich laten voorbij gaan. Daarmee komt een tweede optie steeds meer op de voorgrond. De kans stijgt met de dag dat de Griekse schuld zal moeten worden herschikt. Wat dit precies betekent en wanneer dit zal gebeuren, is onduidelijk. Markten gaan er vanuit dat die herschikking er in ieder geval komt. Mogelijks gebeurt dit op een preventieve en vooraf aangekondigde manier.

Hoe dan ook, het lijkt er steeds meer op dat de Grieken niet meer bij machte zullen zijn om al hun schulden terug te betalen en men mettertijd een aangepaste regeling zal moeten treffen. Of ook andere landen zullen volgen is nog maar de vraag. Mogelijk betekent dit ook dat het Europees reddingsmechanisme een permanent karakter zal krijgen en op die manier de politieke unie langs de achterdeur binnenkomt. Het valt immers niet uit te sluiten dat de rijkere landen van het noorden de zwakkeren in het zuiden nog vele jaren financieel zullen moeten bijspringen.

Lessen voor België

De ervaringen van de Baltische staten en Griekenland incorporeren ook voor ons een aantal nuttige lessen. Waar gevreesd wordt dat ook Ierland en Portugal op termijn gedoemd zijn tot wanbetaling, bevindt België zich nog steeds in een relatief comfortabele situatie. Bij ons is er vooralsnog geen nood aan drastische, laat staan draconische ingrepen. Maar dat dachten de Ieren en de Portugezen enkele maanden geleden ook. Vandaag volstaat bij ons een hervorming van de automatische index alsook een strategie om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken via meer activering. Wanneer die twee ingrepen worden gecombineerd met langer werken, wordt ook de vergrijzing een flink stuk beter betaalbaar. Waarop wachten we dan nog om daar werk van te maken, zeker als je ziet tot wat niets doen op termijn zou kunnen leiden?

Reacties

Niet invullen aub
Naam *
Code   
Voeg reactie toe
 

VKW, het Ondernemersplatform

VKW is een uniek onafhankelijk netwerk van 4.000 geëngageerde leden, een platform waar u als ondernemer terecht kunt om met collega-ondernemers samen te komen en samen te werken.

 

VKW activiteiten

GebruiksvoorwaardenDisclaimer & privacyCopyright © VKW Metena 2010