
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| De cirkels van de euro |
| Geschreven door Geert Janssens |
| dinsdag, 11 januari 2011 21:02 |
|
De problemen van het voorbije jaar hebben alvast één ding aangetoond: zowel nationaal als Europees zitten we gevangen in een vicieuze cirkel en voorlopig ontbreekt elke politieke consensus omtrent een strategie die erop gericht is om die cirkel te doorbreken. Op nationaal vlak slagen we er niet in om te komen tot een staatsstructuur die verenigt. Op Europees niveau geraken de landen het maar niet eens over de creatie van een politieke bovenbouw die de euro definitief in rustig vaarwater moet brengen (zie ook onze flash Einde van de euro was nog nooit zo dichtbij). In beide gevallen lijkt de druk van de financiële markten desastreuze gevolgen te zullen hebben maar kan ze evengoed de aanleiding zijn tot het forceren van een doorbraak. Grote verwevenheidEr zijn echter nog meer parallellen. Naarmate de tijd tikt, dreigen de rekeningen hoger op te lopen waardoor reddingsplannen steeds duurder uitvallen. Op het eerste zicht lijkt voor eigen land de situatie voorlopig nog beheersbaar. Het terugdringen van ons relatief beperkt begrotingstekort lijkt vooralsnog een haalbare kaart. Maar de afgelopen weken werd duidelijk dat hierin snel verandering kan komen. En dat heeft niet enkel te maken met de binnenlandse politieke impasse. Die kan uiteraard een negatieve rentespiraal in gang zetten. Maar markten maken zich ook grote zorgen over de grote verwevenheid van het Europees financieel bestel. Omdat Belgische banken vorderingen hebben bij Ierse collega's en Duitse en Nederlandse banken op hun beurt bij Belgische en ga zo maar door, dreigt een gevaarlijk domino-effect. Samen met die verwevenheid wordt de onderzekerheid nog verder verstrekt door nog twee andere factoren, namelijk het gebrek aan transparantie en de lange tijdshorizont. Gebrek aan transparantieFinanciële markten houden er steeds meer rekening mee dat bepaalde lidstaten over enkele jaren hun verplichtingen niet meer zullen kunnen nakomen. Griekenland behoort uiteraard tot de kandidaten. In dat geval moeten de schulden worden herschikt en zullen de obligatiehouders een deel van hun vordering moeten inleveren. Het vooruitzicht van een dergelijke 'hair-cut' boezemt de markten niet bepaald vertrouwen in. De onzekerheid in de markten is echter ook een gevolg van het gebrek aan transparantie. Niemand weet precies hoe groot het mogelijk besmettingsgevaar binnen de eurozone is en waar het zich precies bevindt. De Europese stresstesten van afgelopen zomer waren in nevel gehuld en werden inmiddels omgedoopt tot relaxtesten. Toen de OESO het huiswerk herdeed en de blootstelling van de Europese bankensector op overheidspapier volledig in rekening bracht, bleek het plaatje heel wat minder fraai. Toen alle risico's op de balansen van de banken (en niet enkel die in hun handelsactiviteiten voor klanten) werden ingecalculeerd, bleken de potentiële verliezen voor EU-banken op te lopen van 26 naar 139 miljard euro. Daarvan heeft 75,8 miljard betrekking op zogenaamde PIGS-landen. Tabel 1 laat zien dat ook Belgische banken als gevolg van hun grensoverschrijdende activiteiten significante risico's lopen op overheidspapier van de geselecteerde probleemlanden. Alles bij elkaar gaat het om 39,3 miljard euro (i.e. 28% van de 139 miljard blootstelling in de EU). Daarmee loopt de Belgische blootstelling zelfs op tot 120% van het eigen kernkapitaal van de banken (Tier 1) dat fungeert als buffer tegen schokken. De grootste blootstelling zit op Italië. Dit land blijft voorlopig uit het vizier van de markten maar moet dit jaar wel 233 miljard euro nieuwe middelen zien op te halen (16% van zijn nationale welvaart) wat dus zeker voor de nodige zenuwachtigheid zal zorgen. De OESO stipt verder aan dat er voor ons land ook een specifiek risico is op Hongarije (vooral als gevolg van KBC). Een laatste bedenking bij tabel 1 is dat ze enkel rekening houdt met risico's op overheidspapier. Mochten we ook private risico's incalculeren (bijv. beleggingen in Spaans of Iers vastgoed, aandelenfondsen,...) dan loopt onze totale blootstelling op PIGS landen op tot ongeveer het dubbele (75 miljard euro). Lange tijdshorizontUiteraard zijn de risico's op overheidspapier momenteel virtueel. Mocht een land zijn betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen dan bedraagt het verlies zeker geen 100% en er is ook nog de Europese reddingsfaciliteit (ESFS) met ettelijke honderden miljarden aan bluskapitaal. De financiële markten wijzen echter ook op de hierboven beschreven vicieuze cirkels en die kunnen op termijn zelfvoedend worden. Het is juist dat het ESFS voldoende middelen heeft om alle landen tot en met 2011 uit te kopen. Maar hoe zit het op langere termijn wanneer dat fonds afloopt? Het herstellen van de competitiviteit van probleemlanden is een weg van lange adem. Om het vertrouwen in het eigen schuldpapier te herstellen dient elk land aan te tonen dat het solvabel is. Budgettair vraagt dit om een forse terugdringing van het begrotingstekort wat op zijn beurt negatieve gevolgen kan hebben voor de economische groei. Het IMF toonde enkele maanden geleden aan dat dit negatief effect in het verleden bijna volledig kwam te vervallen indien de sanering werd doorgevoerd via besparingen in de uitgaven en niet door een verhoging van de belastingen. Maar in dat onderzoek betrof het vaak saneringsoperaties die gecombineerd konden worden met een devaluatie van de eigen munt en er was ook geen sprake van een algemene wijdverspreide golf van saneringen in de grote delen van de westerse wereld. Het synchroon besparen in vele landen tegelijk zou wel eens veel groter negatief effect op de groei kunnen hebben, zeker in Europa waar landen zeer sterk op elkaars exportmarkten zijn aangewezen. Markten stellen zich bijgevolg vragen bij het lange termijn engagement tot handelen. Naast budgettaire orde zal men ook de concurrentiekracht moeten hestellen. Dat vraagt om loonmatiging, ingrepen in de arbeidsmarkt en het pensioensysteem. Hoe lang kan men van de bevolking offers vragen? Tabel 2 geeft een indicatie van de omvang en duurtijd van de noodzakelijke budgettaire inspanningen voor een selectie van probleemlanden. Ierland moet haar primair saldo met 16% van het BBP ombuigen. Dat is twee keer zoveel als de muur die de tandem Dehaene-Van Rompuy in de jaren negentig moest beklimmen. De OESO denkt bijgevolg dat de Ieren redelijkerwijze 16 jaren zullen nodig hebben om die weg af te leggen. Het moge duidelijk zijn dat de tijdshorizont van de huidige reddingsfaciliteit ontoereikend is om de onzekerheden rond het Iers herstel definitief de kop in te drukken. Ook voor Spanje, Portugal en Griekenland wenkt een pad van 8 lange saneringsjaren tegen de achtgrond van een relatief hoge financieringsnood. Die nood neemt overigens toe naarmate de rente verder oploopt. Een tikkende tijdbomDe vicieuze cirkels tikken als een tijdbom onder de euro. Het gebrek aan transparantie over de werkelijke omvang van risico's weegt op de financiële markten. Tot overmaat van ramp zien die markten dat banken terughoudend blijven met het verlenen van kredieten aan een economie die probeert uit een diep dal te kruipen en hapt naar financiële zuurstof. Die zuurstof is broodnodig om de economieën van de muntzone weer gezond te maken. Een proces van lange adem, zo blijkt, en dat leidt tot nog meer zenuwachtigheid. Maar zolang het landschap blijft opgezadeld met banken die zweven tussen leven en dood kan er geen sprake zijn van een krachtig herstel. Ook in eigen land blijven we maar wat aanmodderen. Voorlopig blijft onze saneringshorizont beperkt tot 4 jaren maar een nieuwe bankencrisis kan die snel doen oplopen. Inmiddels zijn we weer een jaar verder en het lijkt wel alsof er niets is gebeurd. We mogen er dus donder op zeggen dat het financiële landschap in het 2011 meer van hetzelfde zal brengen, in Europa en blijkbaar ook steeds dichter bij huis. |
Reacties