
Kris Boschmans (1979) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen. De arbeidsmarkt, conjunctuur en groei en het ondernemerschap in de brede zin van het woord vormen zijn voornaamste interessegebieden.
| De economische en politieke haalbaarheid van saneringen |
| Geschreven door Kris Boschmans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| dinsdag, 01 juni 2010 09:38 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bijna op dagelijkse basis raken nieuwe besparingsplannen van Europese landen bekend. Zelfs landen als Denemarken en Duitsland, die als veilige havens worden beschouwd door de obligatiebeleggers en momenteel zeer lage rentes moeten betalen, nemen maatregelen om hun deficits terug te dringen. Europa moet kortom besparen. België ontsnapt hier geenszins aan. De komende jaren moet het tekort terug gedrongen worden tot onder drie procent van het BBP, waarna opnieuw naar een nultekort gestreefd moet worden. Om dit te bereiken heeft de volgende regering de weinig benijdenswaardige opdracht om een besparingsronde door te voeren die een stuk zwaarder zal zijn het Globaal Plan van Dehaene. Economisch haalbaar?De vraag blijft of landen als Griekenland én België effectief in staat zullen blijken om dermate zware saneringen uit te voeren. Indien er in het recente verleden weinig of geen voorbeelden te vinden zijn van succesvolle saneringsoperaties binnen Europa, lijkt het weinig realistisch dat dit nu wel zal gebeuren. De huidige uitgangspositie om te besparen, een zwakke wereldgroei, een recente bankencrisis en een wereldwijde toename van de overheidsschuld, is namelijk weinig bemoedigend om te besparen. Standaard economische (‘Keynesiaanse’) theorie schrijft immers voor dat de overheid net méér moet uitgeven als de economie kwakkelt. En kwakkelen doet de Europese economie voorlopig nog met groeicijfers die dicht bij het nulpunt liggen. Lessen uit het verledenAlcidi en Gros, beiden verbonden aan het Centre for European Policy Studies, bieden in dit verband een hoopvol perspectief. Zij hebben de zwaarste 12 saneringen binnen Europa in de laatste decennia opgelijst. Als maatstaf voor besparingen nemen ze wijzigingen in het primair overheidstekort, het tekort zonder de rentelasten (aangezien de rentelasten afhangen van de totale overheidsschuld en de marktrente voor dit overheidspapier, twee variabelen die de overheid op korte termijn moeilijk kan beïnvloeden).
Tabel 1. Verbetering van het primair tekort
Bron: Alcidi en Gros, 2010 Uit bovenstaande figuur blijkt dat het mogelijk is om het overheidstekort jaar na jaar terug te dringen. Zelfs Zuid-Europese landen als Portugal, Griekenland of Italië, niet bepaald bekend om hun budgettaire voorzichtigheid, hebben in het recente verleden aangetoond dat ze grote overheidstekorten durven en kunnen aanpakken. Het bedrag dat België moet besparen tegen 2015, 22 miljard euro, vertegenwoordigt tussen de 5 en de 6 procent van ons BBP. Een dergelijk bedrag ophoesten zal zeer zwaar zijn, maar is dus zeker niet ongezien in de recente Europese geschiedenis. Uitgaven vs. inkomstenEen opvallend verschil tussen ‘noordelijke lidstaten’ en ‘zuidelijke lidstaten’ is dat eerstgenoemden, alle landen die grenzen aan de Middellandse Zee, vooral rekenden op belastingsverhogingen om hun budget opnieuw in evenwicht te brengen. ‘Noordelijke lidstaten,’ inclusief België tijdens de jaren ’80, rekenden voornamelijk op besparingen in de overheidsuitgaven. Opmerkelijk is dat Zweden, Finland, Nederland en Oostenrijk er in slaagden om de overheidsuitgaven dermate terug te schroeven dat er ruimte kwam voor zowel belastingsverlagingen als een verlaging van het overheidstekort. Dit verschil is niet onbelangrijk. Over het algemeen tasten belastingsverhogingen de economische groei sterker aan dan dalingen in de overheidsuitgaven. In een aantal gevallen gaf het gevoerde beleid van minder overheidsuitgaven, net een impuls aan de economische groei in plaats van ze te schaden. Idealiter zouden overheden in financiële ademnood dus vooral moeten snoeien aan uitgavenzijde in plaats van op zoek te gaan naar nieuwe inkomsten. Het onderzoek van Alcidi en Gros toont aan dat dit perfect mogelijk is. Politieke haalbaarheidZelfs indien het economisch mogelijk is om grote besparingen door te voeren, is het daarom politiek gezien nog niet zo eenvoudig. De vraag blijft of het politieke zelfmoord is om zeer zware maatregelen aan te kondigen en effectief uit te voeren. Bezuinigingen tasten het electoraat immers waar het het meeste pijn doet; in de portefeuille. Niet zelden leiden zelfs bescheiden besparingen tot massaal protest, geen ideale uitgangspositie voor een politicus die herverkozen wil worden. Deze vraag is zeer pertinent in een land als België waar er de laatste acht jaar bijna jaarlijks verkiezingen op één of ander niveau plaatsvonden. Niet zelden worden politici op Vlaams of zelfs gemeentelijk niveau afgestraft voor het beleid van de federale regering. (Dit is overigens geen typisch Belgisch fenomeen. In de VS bijvoorbeeld worden verkiezingen op deelstaatniveau vaak sterk beïnvloed door de populariteit van de president. In Duitsland werd de electorale nederlaag van het CDU in deelstaat Noordrijn-Westfalen bondskanselier Angela Merkel zwaar aangerekend.) De vraag blijft dus of het politiek verstandig is om zwaar te snoeien in de overheidsfinanciën, zelfs al zou de politieke klasse doordrongen van het besef dat het vijf voor twaalf is. Ook hier suggereert wetenschappelijk onderzoek het tegendeel. Alberto Alesina, professor in Harvard en een autoriteit op het vlak van budgettair beleid, ging samen met twee collega’s aan het werk met de dataset van Alcidi en Gros (zie bovenstaande figuur). In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, werden besparende regeringen in het verleden doorgaans niet electoraal afgestraft. Er is dan ook weinig reden om te veronderstellen dat dit in de toekomst anders zou zijn. Veranderende tijdsgeestDit geldt des te meer aangezien de tijdsgeest geëvolueerd is. Een groot deel van het Europese electoraat is overtuigd van de noodzaak tot besparen om een ‘Grieks scenario’ te vermijden. In de meeste landen waar zware besparingsmaatregelen geïmplementeerd zijn, zoals Ierland of Letland, zijn zware (straat)protesten grotendeels uitgebleven. In Griekenland zelf lijkt een meerderheid van de bevolking achter premier Papandreou te staan. De Nederlandse verkiezingscampagne biedt een enigszins bizar tafereel: partijen en politici die in volle verkiezingstijd tegen elkaar opbieden wie het meeste kan besparen. Kortom, grote besparingsrondes zijn zowel politiek als economisch mogelijk, zelfs indien de moeilijke omstandigheden in acht worden genomen. Het voornaamste wat we nodig hebben om ons land niet af te laten glijden naar Griekse taferelen, is vijf jaar politieke moed. |
Reacties