
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| De illusie van een hoge productiviteit |
| Geschreven door Geert Janssens |
| donderdag, 22 september 2011 07:22 |
|
Productivity is not everything, but almost everything. Deze boodschap van Paul Krugman, Nobelprijswinnaar economie in 2008, geldt onverkort: productiviteit is de motor van de economische vooruitgang. De gangbare visie is dat België het goed doet op het vlak van productiviteit. Maar gaat dat beeld nog op? WelvaartsmotorNiet toegevoegde waarde, concurrentiekracht of export op zich doen ertoe. Neen, de evolutie van de productiviteit is de ware maatstaf van socio-economische vooruitgang. Uiteraard zijn bovenstaande begrippen nauw met elkaar verweven en heeft productiviteit een grote invloed op de toegevoegde waarde alsook de concurrentiekracht van de economie. Maar zo lang de productiviteit van een land blijft groeien, is er eigenlijk geen vuiltje aan de lucht. De boodschap van Paul Krugman geldt onverkort: productiviteit is de motor van de economische vooruitgang. De afgelopen 50 jaren was dat zo en ook in de toekomst zal productiviteitsgroei moeten zorgen voor het gros van onze welvaartsaanwas. Hoge arbeidsproductiviteitDe gangbare visie is dat België het goed doet op het vlak van productiviteit. Maar gaat dat beeld nog op? Figuur 1 geeft aan dat onze arbeidsproductiviteit per werknemer inderdaad tot de hoogste ter wereld behoort. We moeten enkel Luxemburg, Noorwegen, de VS en Ierland laten voorgaan. Vorig jaar droeg een Belgische werknemer 27% meer bij tot zijn nationaal product dan het gemiddelde in de EU-27. Lage maatschappelijke productiviteitToch is het plaatje dat figuur 1 ophangt, ietwat overtrokken. Onze arbeidsproductiviteit per uur alsook die per werknemer behoort inderdaad bij de hoogste ter wereld. De keerzijde is evenwel dat de productie tot stand komt met relatief weinig werkenden. Klassieke productiviteitsmaatstaven kijken alleen maar naar het rendement van wie werkt. Daarmee gaat men voorbij aan het feit dat in onze arbeidsmarkt in verhouding veel meer mensen werkeloos aan de kant staan. Dat weegt op onze maatschappelijke productiviteit. Nochtans hoeven hoge productiviteit en hoge tewerkstelling helemaal niet diametraal tegenover elkaar te staan. De Belgische context van hoge arbeidskosten drijft arbeid evenwel systematisch uit het productieproces, meer dan in andere landen. Tabel 1 weerspiegelt dit meer genuanceerd beeld van onze productiviteit. Als we de geproduceerde hoeveelheid nationaal product afzetten ten opzichte van de bevolking op arbeidsactieve leeftijd (14-64 jaar) dan zakken we in de ranking naar een 10de plaats. Daarmee zitten we nog ruim boven het OESO gemiddelde maar lang niet meer bij de besten van de klas. Productiviteitsgroei stagneertEen tweede probleem is dat ook volgens klassieke maatstaven onze productiviteit veel minder aangroeit dan we in het verleden gewend zijn geweest. Een jaarlijkse aanwas van 2 à 3% die in de jaren zeventig frequent voorkwam, zien we nu nog nauwelijks. In de periode 2001-2008 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse productiviteitsgroei slechts 1,1% (figuur 2). Onvoldoende om de economische groei te dragen. De vergrijzingscommissie gaat in haar basisscenario uit van een gemiddelde groei van de arbeidsproductiviteit met 1,5% per jaar. Die is nodig om onze economische groei op een duurzaam pad te brengen. Nadenken over het opkrikken van onze productiviteit is bijgevolg geen overbodige luxe. VKW workshopsOp vrijdag 23 september maakt VKW Brabant tijd vrij voor productiviteit. In verschillende workshops wordt persoonlijke en organisatorische productiviteit tegen het licht gehouden. Tijdens de avondzitting worden de conclusies van de namiddag samengebracht. Meer info via openingsevent VKW Brabant |
Reacties