
Johan Van Overtveldt (1955) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen. Hij publiceerde diverse boeken, zoals o.m. 'Maandag geen economie meer?' en 'Bernanke's test'.
| De vorige politieke generatie was niet beter |
| Geschreven door Johan Van Overtveldt |
| woensdag, 08 september 2010 13:45 |
|
Met de mislukking van Di Rupo lijkt het einde van België dichterbij Maar laten we die mislukking niet te snel op het conto van de onderhandelaars schrijven. De huidige generatie politici moet het afval opruimen dat loodgieters en evenwichtskunstenaars hebben achtergelaten. Lees hier het volledige artikel zoals verschenen in De Standaard van 8 september 2010. Tijdens de finale uren van de preformatie-opdracht van Elio Di Rupo liet Philippe Moureaux, één van de boegbeelden van de PS in Brussel, zich ontvallen dat de Franstaligen zich maar beter beginnen voor te bereiden op alternatieve scenario's. Geconfronteerd met de vraag of hij daarmee de splitsing van het land bedoelde, antwoordde Moureaux bevestigend. Vergelijkbare geluiden kwamen het voorbije weekend van andere PS-toppers als Laurette Onkelinx en Rudy Demotte. Allicht maken deze uitlatingen deel uit van een politieke strategie van de PS maar het is toch wel du jamais vu dat Franstalige politici zich over het heikele thema van de eenheid van het land zo expliciet in negatieve zin uitlaten.
Brussel, de financieringswet, BHV, de verdeling van de bevoegdheden binnen de Belgische staat, de precaire toestand inzake budget en overheidsschuld, het zijn allemaal problemen die we al veel langer meesleuren dan dat de meeste politici die met Elio Di Rupo aan tafel zaten, meedraaien in de politiek. Sommigen onder hen waren zelfs niet eens geboren op het moment van verwekking van sommige van de demonen die ons vandaag het Belgische leven zuur maken. We maken in deze discussie het onderscheid tussen de problematiek van de staatsstructuur en die omtrent het budgettaire en economische. Constructiefouten vanaf het beginDe hervorming van de Belgische staatsstructuur is al decennialang aan de gang en werd van in den beginne fout gemonteerd, zowel wat betreft bevoegdheidsverdeling als zeker wat betreft de financiering van gewesten en gemeenschappen. Leuvense professoren als, onder meer, Dirk Heremans, Theo Peeters en Paul Van Rompuy documenteerden de voorbije dertig jaar uitvoerig die foute constructie. Er kwam steevast politiek loodgieterswerk aan te pas om, gezien de eisen van Franstaligen en Vlamingen, tot compromissen te komen. Politiek overleven werd een doel op zich in al die evenwichtsoefeningen. De efficiëntie en de duurzaamheid van het systeem dat men opzette, was in het beste geval een bijgedachte, een voetnoot. Zo bleef de essentiële eigen financiële verantwoordelijkheid van gewesten en gemeenschap in België altijd in belangrijke mate dode letter. Bespreek dit met beleidsverantwoordelijken uit andere federaal georganiseerde landen als de Verenigde Staten, Canada, Duitsland of Zwitserland en binnen de kortste keren krijg je de vraag voor de voeten: 'Hoe kan jullie systeem in godsnaam werken?' Wel, het werkt niet. Wij institutionaliseerden het consumptiefederalisme met als gevolg verspilling, slechte service aan de bevolking (en de ondernemingen) en toenemende aversie van de goegemeente tegenover alles wat met overheid en politiek te maken heeft. Kortom, de situatie zoals ze er op het einde van de zomer van 2010 belabberd bij ligt.
En dan kwam daar plots die bankencrisis van 2008 aanrollen, gevolgd door de zwaarste recessie sedert de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard slaat in zulke omstandigheden de overheidsbegroting tilt. En dat is op zich nog niet zo erg want de overheid moet nu eenmaal in dergelijk abnormale omstandigheden voor een stuk als schokdemper optreden. Het probleem is natuurlijk dat zij dat in België vandaag dient te doen tegen de achtergrond van, ten eerste, een nog altijd hoge overheidsschuld (het gevolg van veel te laks beleid in de decennia voordien) en, ten tweede, met op de achtergrond de zware budgettaire kost van de vergrijzing die er hoe dan ook komt aanrollen. Dat we vandaag in België en in Vlaanderen voor grote uitdagingen staan is een eufemisme. De hervorming van de staat en de fundamentele sanering van de publieke financiën staan daarbij centraal. Voorgaande generaties van politici mismeesterden beide thema's ten gronde en kregen toch vaak het etiket van groot staatsmanschap opgekleefd. Door allerhande omstandigheden - niet in het minst omdat de staatskassen nu echt leeg zijn en het klassieke recept van de wafelijzerpolitiek dus niet meer kan gebruikt worden - moeten de problemen nu ten gronde aangepakt worden. De huidige generatie politici dient nu, bij wijze van spreken, het nucleaire afval, achtergelaten door de vorige generaties van loodgieters en evenwichtskunstenaars, te gaan opruimen. Het zal hen misschien een beetje helpen als de goegemeente stopt met de verwijzingen naar vorige generaties van politici die het allemaal veel doortastender en creatiever aanpakten. Die verwijzingen zijn fout. |
Reacties