
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| Duitsland financierde tekorten Zuid-Europa |
| Geschreven door Geert Janssens |
| maandag, 28 juni 2010 07:13 |
|
De grote externe tekorten van de zogenaamde PIIGS landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje) werden het afgelopen decennium vooral door andere leden van de eurozone gefinancierd. Vooral de grote bijdrage van Duitsland springt in het oog. Daarmee wordt de fragiliteit van de muntunie in zijn huidige constellatie andermaal blootgelegd. Private schuldopbouw onder europarapluDe economieën van de eurozone kenden het voorbije decennium een zeer ongelijke ontwikkeling. De jaarlijkse gemiddelde economische groei van Ierland, Griekenland en Spanje bedroeg een veelvoud van het eurozone-gemiddelde. De landen van Zuid-Europa boekten enorme tekorten op hun lopende rekening van de betalingsbalans. In het geval van Griekenland en Portugal beliepen deze tekorten op jaarbasis gemiddeld meer dan 9% van hun nationaal product. De Spanjaarden moesten gemiddeld meer dan 6% van hun welvaart extern financieren. De berg private schulden die alzo werd opgebouwd werd onder de paraplu van de euro vlotjes gefinancierd door een florerende banksector. Tegelijk lieten de PIIGS landen ook serieuze begrotingstekorten optekenen. Achteraf bezien, kan men zich afvragen hoe zij gedurende al die jaren in staat zijn geweest om deze tekorten gefinancierd te krijgen? Gegeven hun beperkt spaarpotentieel moeten andere landen deze enorme bedragen hebben voorgeschoten. Duitse spaarder zoekt rendementBlijkbaar zijn het vooral andere landen van de eurozone geweest die de rol van melkkoe hebben opgenomen en deze tekorten hebben gefinancierd. Op basis van IMF data berekende de Europese Commissie onlangs dat in de periode voor 2008 ongeveer 70 à 80 procent van de beleggingen in Spanje, Portugal en Griekenland en meer dan 50% voor Ierland afkomstig waren van binnen de eurozone. Tot een van de vooraanstaande financiers moet zeker de Duitse spaarder worden gerekend. Data van de Bundesbank geven aan dat de Duitsers binnen de eurozone een belangrijke netto financier zijn geweest. Terwijl ze zelf middelen aantrokken van buiten de muntunie (zie figuur 1) gingen ze de rest van Europa voorzien van vers kapitaal. Vanaf het derde kwartaal van 2008 tot en met het tweede kwartaal van 2009 beliepen de Duitse netto stromen richting eurozone meer dan 20% van hun eigen welvaart. Ook voor de crisis was er al sprake van grote geldstromen richting het Zuiden van Europa alsook Ierland. Figuur 1: Netto financiële stromen vanuit en naar Duitsland (in % BBP)Bron: Europese Commissie op basis van gegevens Deutsche Bundesbank Een derde bron brengt definitief uitsluitsel over de bestemming van de Duitse geldstromen naar de rest van Europa. De statistieken van de Bank voor Internationale Betalingen geven aan dat de gecumuleerde Duitse vorderingen op de rest van de wereld momenteel tot 3.500 miljard dollar zijn opgelopen. Dat is anderhalve keer het huidige Duits nationaal product. De vorderingen op Europese ingezetenen belopen 2.170 miljard, die ten aanzien van de eurozone 1.475 miljard. De PIIGS landen staan 733 miljard dollar in het krijt. In het oog springt het bedrag van 240 miljard dollar dat de Spanjaarden aan de Duitsers zijn verschuldigd. Dat bedrag vertegenwoordigt ongeveer 80% van het Spaans nationaal product. Voor Ierland loopt dit percentage op tot 85%. Figuur 2: Vorderingen Duitsland op de rest van de wereld (Miljard dollar, 2009)Bron: BIS Op zoek naar evenwichtDe cijfers maken alvast één ding heel duidelijk. Het lijkt er sterk op dat binnen de eurozone de deficitlanden met een tekort op hun lopende rekening in grote mate gefinancierd werden door surpluslanden waaronder Duitsland, zowel voor als tijdens de financiële crisis. Omgekeerd betekent dit ook dat surpluslanden hun eigen export in belangrijke mate zelf hebben gefinancierd. Uiteraard is die verwevenheid niet het gevolg van een bewust gecreëerde constructie. Ze ontstond wel via het bancaire kanaal via hetwelk spaargeld van surpluslanden rendement ging zoeken in groeimarkten. Het wegvallen van het wisselrisico binnen de eurozone maakte van de PIIGS landen een interessante belegging. Het bestaan van dit mechanisme heeft echter belangrijke beleidsconsequenties voor wie de onevenwichtige economische ontwikkeling binnen de muntunie wil aanpakken. Eerder wezen we erop dat de problemen met de stabiliteit van de euro een structureel karakter vertonen. Het uniform monetair beleid en het ontberen van wisselkoerscorrecties vergt een doortastender macro-economisch beleidskader. Dat is een verantwoordelijkheid van individuele lidstaten maar ook van de unie als geheel. Het is dan ook geen toeval dat de ECB pleit voor een kwantumsprong inzake begrotingscontrole binnen de EU. Om begrotingsorthodoxie af te dwingen is er nood aan onafhankelijk toezicht. Maar ook op andere domeinen zullen er betere afspraken gemaakt moeten worden. Onevenwichtige economische groei drijft over een langere termijn een muntunie uit mekaar alsook te grote verschillen inzake concurrentievermogen. Het zal van iedereen inspanningen vergen om die verschillen terug te brengen tot beheersbare proporties. Zo niet wordt het moeilijk om de eurozone in zijn huidige constellatie te laten bestaan. |
Reacties