
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| Duurzame openbare financiën |
| Geschreven door Geert Janssens |
| donderdag, 31 maart 2011 06:40 |
|
Hoe slecht staat België er nu eigenlijk voor? Is het terecht dat we als één van de meest solvabele landen van de wereld toch steeds meer in het vizier van speculanten en ratingbureaus komen te liggen? Blijkbaar wordt gevreesd dat liquiditeitsproblemen onze nochtans sterke financiële positie snel onderuit kunnen halen. Precies daarom moet ons begrotingshuiswerk een pak ambitieuzer. IJzersterke solvabiliteit…Dat België een hoge staatsschuld heeft, belet niet dat we solvabel zijn. Dankzij decennialang opgebouwde spaar- en exportoverschotten van gezinnen en bedrijven overtreffen onze vorderingen ten aanzien van het buitenland ruimschoots onze schulden. Met een netto financieel vermogen van 30 procent van het bruto binnenlands product (BBP) zijn we op Nederland na het meest solvabele land van de westerse wereld. …maar wankele liquiditeitDe voorbije financiële crisis heeft aangetoond dat een sterke solvabiliteit kan overschaduwd worden door liquiditeitsproblemen op korte termijn. Wat een financiële instelling kan overkomen, kan ook opgaan voor een natie. Uiteraard met het verschil dat de overheid binnen de context van die natie het prerogatief heeft om belastingen te verhogen. Tenminste als er daar nog ruimte voor is, wat in België nauwelijks het geval is. Dan blijft het aangaan van nieuwe schulden de enige optie om de benodigde cash samen te rapen. Om de financiële sector te herkapitaliseren, zag onze eigen overheid zich de afgelopen jaren verplicht om 20 miljard euro nieuwe schulden aan te gaan. Met de huidige eurocrisis en een nog steeds bijzonder wankele banksector zijn nieuwe reddingsoperaties niet uitgesloten. Tot slot is er nog het feit dat België met haar hoge staatsschuld per definitie veel papier heeft dat op vervaldag komt. Ook dat kan voor liquiditeitsproblemen zorgen. … met verhoogde risicopremieIn het huidige klimaat schuld vernieuwen, is geen cadeau. Dit jaar moet onze schatkist voor ongeveer 40 miljard euro aan schatkistcertificaten alsook 25 miljard euro aan overheidsobligaties (OLO) vernieuwen. Daarbovenop komt de financiering van een begrotingstekort van vermoedelijk 13 miljard euro. Tot nu toe verliepen de schuldemissies redelijk vlot, maar de betaalde risicopremies zijn ook navenant. Ze jagen de rentelasten omhoog, wat op zijn beurt een duurzame sanering van de openbare financiën in het gedrang brengt. Momenteel betaalt België voor de uitgifte van nieuwe schuld op 10 jaar ongeveer 100 basispunten meer dan Duitsland. Wanneer die zogenaamde spread verder zou oplopen, is de ontwikkeling van een negatieve spiraal niet uitgesloten. Griekenland en Ierland doen hier alvast een belletje rinkelen. En de begroting?Dat deze spread vooralsnog beperkt blijft, hebben we niet enkel te danken aan onze eerder geprezen solvabiliteit, maar zeker ook aan het relatief geringe begrotingstekort. Het negatief saldo van 4,6 procent van het BBP oogde in 2010 redelijk beheersbaar, zeker in vergelijking met de tekorten van sommige andere landen. Voor dit jaar wil premier Leterme het tekort terugdringen tot 3,7 procent. Zo zijn we op weg om, zoals gevraagd door Europa, in 2012 de Maastrichtnorm van 3 procent te halen en wie weet een evenwicht in 2015. Toch passen hierbij enkele kritische bemerkingen. 1. GroeiplafondTen eerste is de doelstelling voor dit jaar lang niet zo ambitieus. De recente verbetering van het tekort was vooral mogelijk dankzij een veel beter dan verwachte economische groei. Met een groei van 2 procent op jaarbasis zit men evenwel aan een natuurlijk plafond. Voor een verdere reductie van het tekort is het beleid aldus aan zet. Het heeft er echter alle schijn van dat de verzamelde overheden van dit land gewoon mee surfen op de golven van de hoogconjunctuur, terwijl het juist een kans is om een tandje bij te steken. De financiële markten houden er wel degelijk rekening mee dat het tekort zou kunnen terugkeren naar 4 procent of meer indien de groei zou stokken. 2. Stabilisering schuldgraad onzekerOm diezelfde markten ervan te overtuigen dat het ons menens is, brengen we het begrotingstekort best zo snel mogelijk onder 2 procent van het BBP. Een goede reden is dat Europa overweegt om een nieuwe schuldregel in te voeren. Landen met een schuldgraad boven 60 procent zouden gevraagd worden om elk jaar een deel van het teveel aan schuld af te bouwen. Mocht die regel vandaag worden toegepast op België, dan zouden wij met onze schuldgraad van bijna 100 procent gesommeerd worden om ons begrotingstekort terug te dringen tot minder dan 2 procent. 3. Primair saldoEen derde knipperlicht is ons primair saldo, dat nog steeds onder nul staat. Ook dat is een bijkomende reden om veel beter te doen. Het primaire saldo is niets meer of minder dan het begrotingstekort, maar dan zonder rentelasten. Het is feitelijk de echte graadmeter van de openbare financiën. Figuur 1 legt uit waarom dit zo is. Figuur 1: Belgische begroting 2010, miljard euro
Bron: NBB Vorig jaar lieten de Belgische overheden samen een begrotingstekort van 16,4 miljard euro noteren (4,6 procent van het BBP). Dat tekort ontstond als volgt. De courante uitgaven beliepen 175,3 miljard euro. Die dienden voor het betalen van ambtenarenwedden, departementskosten, sociale zekerheidsuitkeringen, defensie en ontwikkelingshulp maar ook voor allerlei subsidies en investeringsuitgaven. Tegenover die uitgaven stond slechts 171,3 miljard euro aan eigen inkomsten. Het verschil van 4 miljard euro is het primaire saldo (-1,2 procent van het BBP). Het feit dat dit saldo een negatief teken vertoont, is niet zonder belang. Het houdt niet enkel in dat de eigen inkomsten ontoereikend waren voor het betalen van de courante uitgaven, maar ook dat onze overheden nieuwe leningen hebben moeten aangaan om 12,4 miljard euro rente op oude schulden te kunnen vereffenen. 4. RentesneeuwbalEen laatste bemerking heeft te maken met het gevaar van de oplopende rentelasten. Niet alleen de hoger geciteerde risicopremies kunnen de houdbaarheid van onze openbare financiën in het gedrang brengen. Ook de ontwikkeling van het algemeen rentepeil speelt mee. De snelle opstoot van inflatie zoals we die vandaag meemaken, zou zich kunnen vertalen in hogere marktrentes. Het is bovendien niet uitgesloten dat de ECB zich genoodzaakt ziet om haar beleidstarief op te trekken. In een inflatiescenario zouden onze rentelasten gemakkelijk kunnen oplopen met ettelijke miljarden euro. Uiteraard zouden ook de inkomsten met de inflatie toenemen, maar de jaren zeventig hebben ons geleerd dat dit niet evenredig werkt. Immers, op termijn tast de inflatie de reële groei aan. Voor België is er bovendien de zeer zwakke startpositie als gevolg van onze hoge staatsschuld. ConclusieBelgië moet de markten doen geloven dat we mogelijke liquiditeitproblemen onder controle hebben. We moeten aantonen dat we op eigen benen kunnen staan. De snelste weg daarnaar is alvast een deel van de rente op oude leningen terug te betalen door middel van eigen belastingsinkomsten. Anders gezegd: we moeten zo snel mogelijk naar een primair overschot op de begroting. Het verwachte primaire tekort voor 2011 bedraagt momenteel 0,6 procent van het BBP. Willen we een primair overschot van 1 procent, dan vergt dit een bijkomende besparingsoperatie van 1,6 procent van het BBP (ca. 6 miljard euro). Maar om het meest bedreigende inflatiescenario het hoofd te kunnen bieden, is meer nodig. De uitdaging op langere termijn bestaat erin het primair surplus tegen 2015 naar 4 à 5 procent op te tillen (18 miljard euro). Ook voor het betaalbaar houden van de vergrijzingkosten is een dergelijke buffer absoluut noodzakelijk. |
Reacties
Wat Nederland betreft : de totale hypotheekschuld van Nederland bedraagt ruim zeshonderd miljard euro of of 68 procent van hun BBP.Is dit vol te houden?
In Engeland is het 1595 euro per inwoner en in Duitsland is het 1035 euro per inwoner.
In 2020 is de pensielnleeftijd al 66 jaar .In Engeland verdwijnen er een overheidsjobs op de acht en in Duitsland gaat de pensioenleeftijd al naar 67 jaar en sneuvelen er 15ooo jobs bij de overheid.er komt daar ook een taks op de vliegtickets.In Engeland moeten alle departementen 19 % inleveren.