|
Bij nader inzien is de wetenschappelijke relevantie van de ‘ecologische voetafdruk’ zeer beperkt. Het World Economic Forum, dat dit jaar op zoek gaat naar nieuwe economische modellen, is gewaarschuwd.
Deze week start in het Zwitserse Davos het World Economic Forum. Het staat dit jaar in het teken van de noodzakelijke transformatie van onze economie naar een duurzamer groeimodel. De congresgangers doen er goed aan om niet al te veel verder te borduren op de ‘ecologische voetafdruk’ (EV). Dit concept vertoont namelijk grote tekortkomingen. Dat is spijtig want op het eerste zicht lijkt EV een dankbaar instrument voor wie zich een helder beeld wil vormen van de menselijke invloed op het broze ecosysteem van onze aarde. Tekenend is de berekening dat de mensheid op basis van EV reeds sinds 1980 boven haar ecologische stand leeft. Sindsdien is de hoeveelheid landoppervlakte ontoereikend om alle menselijke activiteiten als het ware in te dekken. Indien iedereen op onze aarde evenveel zou consumeren als een gemiddelde Belg vandaag doet, dan zouden we momenteel zelfs drie planeten nodig hebben. Zulke metaforen slaan in als een bom en hebben de verdienste de aandacht voor milieuproblemen en ecologische uitdagingen aan te scherpen. Dit neemt echter niet weg dat EV een aantal hiaten vertoont die haar ongeschikt maken als instrument voor zowel wetenschappelijk onderzoek alsook voor het nastreven van concrete beleidsdoelstellingen.
Valse concreetheid
De aanklachten van milieueconomen tegen het EV zijn niet min. Representatief is de kritiek van milieueconoom Jeroen Van den Bergh (Universiteit Barcelona). Zijn aanklacht luidt dat EV alle menselijke activiteit omrekent naar oppervlaktes. Dit maakt het weliswaar tot een bevattelijk concept maar landoppervlakte heeft slechts een hypothetische waarde en is bijgevolg geen correcte maatstaf voor de werkelijke fysieke en ecologische activiteiten van de mens. Van den Bergh noemt dit ‘valse concreetheid’. Het lijkt alsof EV iets zegt over de fysieke grens voor duurzaam leven maar in werkelijkheid schiet het concept schromelijk te kort omdat het niets zegt over de werkelijke impact van onze activiteiten.
Onpraktisch
Deze manier van werken heeft grote gevolgen in de praktijk. Door hypothetische hectares te delen door beschikbare oppervlakte, worden landen met veel bewoners op een kleine oppervlakte – zoals België - automatisch afgestraft. Feitelijk penaliseert EV vrijhandel alsook het dicht op elkaar wonen in agglomeraties. Dichtbevolkte stedelijke kernen zijn dan per definitie niet duurzaam. Nochtans kan concentratie ook zorgen voor minder verplaatsingen, positieve schaaleffecten en ecologische efficiëntie. Er zit ook weinig logica in het feit dat wildernis, woestijn, onherbergzaam gebied,… de duurzaamheid van een land of regio ten goede zou komen. Het is ook niet logisch om landsgrenzen te gebruiken als maatstaf voor de berekening van ecologische efficiëntie, iets wat EV doet omdat het werkt met oppervlaktes. Dit gegeven ondermijnt de beleidsmatige waarde van EV, onder meer omdat het daardoor feitelijk niet veel verder komt dan het bepleiten van een spreiding van de activiteiten. Het zou juist de bedoeling moet zijn om activiteiten optimaal te concentreren en in te planten, zodoende de ecologische impact wordt geminimaliseerd.
Broeikasgassen
Een ander probleem met EV heeft te maken met de wijze waarop ook het broeikasprobleem wordt vertaald naar landoppervlakte. De onderliggende hypothese is dat in een duurzaam energiescenario alle CO2 wordt opgevangen door bebossing waarvoor je ook weer land nodig hebt. Critici wijzen op het feit dat er nu reeds onvoldoende landoppervlakte is om alle CO2 op te vangen in bomen. Zo zit je per definitie reeds boven de pijngrens. Overigens, mocht je de ideeën van de aanhangers van EV willen toepassen, dan zou de prijs van land zeer snel de hoogte ingaan waardoor minder land-intensieve oplossingen automatisch rendabeler worden. EV houdt hiermee geen rekening en ook dat ondermijnt haar berekeningsbasis.
Te veel eenheidsworst
Tot slot, EV houdt geen rekening met emissies van toxisch gevaarlijke producten, waterschaarste, zure regen, het gat in de ozonlaag,… die ook een grote ecologische impact hebben. De achterliggende reden is dat het nu eenmaal moeilijk is om een landequivalent te vinden voor dit soort problemen. Landoppervlakte is een te ruwe maatstaf om het brede scala aan ecologische problemen adequaat in kaart te brengen, laat staan dat het zou kunnen dienen als fundament voor een zinnig beleid. Recent wetenschappelijk onderzoek poogt deze tekortkomingen van het EV-concept te verhelpen zodoende het meer beleidsrelevantie krijgt. Er wordt geëxperimenteerd met variaties in de klassieke benadering en er worden ook dynamische modellen gebouwd. Ondanks verwoede pogingen om de EV vlot te trekken als wetenschappelijke basis, blijft de grootste verdienste vooralsnog op het communicatieve vlak.
Hoe moet het dan verder?
Wat men in Davos vooral niet moet doen, is zich onder druk van allerlei groeperingen vast te klampen aan onbeproefde en ongefundeerde concepten zoals ecologische voetafdruk. Beter is om na te gaan hoe duurzaamheid in het markteconomisch proces kan worden geïntegreerd. Er zijn maar weinig mechanismes die er beter in slagen dan de markt om schaarste de prijs te geven die het verdient. De evolutie van de olie- en grondstoffenprijzen leveren daarvan het grootste bewijs. Geen enkel regime of regering zou die prijs op wereldniveau kunnen hebben sturen zoals dit de afgelopen decennia daadwerkelijk is gebeurd. Uiteraard waren de prijsbewegingen verre van perfect en waren er ook invloeden van speculatie waardoor ze lang niet altijd de werkelijke schaarste vertegenwoordigden. Ook de recente crisis heeft aangetoond dat markten lang niet altijd efficiënt opereren. Zelfs indien alle informatie aanwezig zou zijn, wat niet is, dan nog zouden niet alle spelers ze perfect weten te gebruiken. Deze tekortkomingen doen evenwel niets af aan het feit dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er zo maar uit het niets een ander en vooral beter mechanisme dan de markt zou gevonden worden. Geen enkel overheidsapparaat zou dat kunnen overnemen, zeker niet op wereldschaal.
Dit vasthouden aan de markt neemt niet weg dat ook overheden een rol hebben te spelen. Normeringen en ecologische fiscaliteit zullen het transitieproces naar een duurzaam economisch groeimodel moeten versnellen. Het zal de aanpassingen via de markt versnellen. Dat is nodig want onze tijdshorizont is te kort waardoor we de lange termijngevolgen van uitputting onderschatten of te weinig incalculeren. We hebben ook irrealistische verwachten ten aanzien van milieu-innovatie en de ontwikkeling van groene technologieën wiens bijdrage tot het oplossen van klimaat- en milieuproblemen zeker substantieel zullen zijn maar onvoldoende om het alleen te redden.
|
Reacties
Blijkbaar zoekt men weer een excuus om verder te kunnen doen op de oude manier.
Wie gelooft dit nog . Verschillende overheden trachten al 2000 jaar een geld/banksysteem te normeren en we hebben gezien dat dit alleen opeenvolgende crisissen en oorloen hebben geleid
Ik heb alsoluut geen vertrouwen in normering of een of andere relegie
Blijven discussiëren over welke middelen we moeten inzetten, vertraagt het veranderingsproces en dat verhoogt alleen het risico en de toekomstige kost voor de maatschappij. Maar we moeten kritisch blijven.
- wat is de ecologische voetafdruk?
- wat suggereert u als alternatief?
Als "uw" ecologische voetafdruk die door Goleman gedefiniëerd is (in zijn "Ecological Intelligence", Allen Lane 2009, oa p 83 met de een voorbeeld van ingebouwde terugkoppeling op p 233) dan begrijp ik niet dat alles kan omgerekend worden naar oppervlaktes.
Dus graag een korte definitie of verwijzing naar een website waartegen ik dan graag mogelijke alternatieven zou plaatsen.
Dat gaat al verder dan de ‘ecological footprint’ van Wackernagel die model staat voor het Global Footprint Network (http://www.footprintnetwork.org/en/index.php/GFN/)