Bladwijzer en delen

Share/Bookmark

Over de auteur

Geert Janssens

Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.

 


 

Europroblemen zijn structureel
Geschreven door Geert Janssens   
woensdag, 09 juni 2010 14:16

Of de eurozone blijft voortbestaan is een zaak van de politiek, zo luidt de gangbare mening. Deze stelling is juist maar om andere redenen dat die algemeen worden aangenomen. Wil de eurozone blijven bestaan dan zal het beleid moeten werken aan een meer evenwichtige economische ontwikkeling binnen die muntunie. Gewoon bij decreet beslissen dat de eurozone niet uit mekaar valt, is niet genoeg. Ook met reddingspakketten alleen zal de euro niet overleven.

Over het voortbestaan van de euro en de muntunie worden tal van verklaringen afgelegd. Europese instanties laten geen gelegenheid onbenut om te onderstrepen dat de euro ten allen prijzen zal worden verdedigd, desnoods tot de laatst frank. Maar hoe realistisch zijn dergelijke verklaringen? Markten geraken steeds meer gefocust op twee dingen. Op korte termijn ligt men wakker van de hoge begrotingstekorten. Op langere termijn maakt men zich zorgen over de steeds verder toenemende verschillen inzake economische en monetaire ontwikkeling binnen die unie. Daardoor worden vaste wisselkoersverhoudingen, zoals die in een muntunie bestaan, steeds moeilijker te harden. Omdat men binnen een muntunie niet kan devalueren, wordt de uitstap uit die unie voor zwakke leden steeds meer een concrete optie. Financiële markten weten dit en maken zich terecht zorgen over het gebrek aan interne cohesie en convergentie binnen de eurozone.

Tekort ene is surplus andere

De vraag is hoe dit kan worden vermeden. Wil men speculatie tegen de euro indijken dan dient men vooral de interne spanningen weg te nemen. In een recent rapport van de Europese Commissie wordt in dat verband gehamerd op het belang van structurele maatregelen. Het rapport vertrekt van de vaststelling dat voor het uitbreken van de crisis er sprake was van een jarenlange economische divergentie in plaats van de zo sterk beoogde convergentie. Zuid-Europa en Ierland groeiden aan een duizelingwekkend tempo, althans naar Europese normen. Dat leidde evenwel tot een hoge import, deficits op de lopende rekening van de betalingsbalans en een opbouw van buitenlandse schulden. Het omgekeerde gebeurde in Noordelijke lidstaten. Opvallend is hoe de overschotten van surpluslanden haast symmetrisch lopen ten aanzien van de deficits van tekortlanden (zie figuur).

Opvallend is de ommekeer vanaf 2007. Toen de financiële crisis uitbrak, kwamen de oververhitte economieën in kalmer vaarwater terecht en nam de divergentie af. Maar het laat zich raden dat hiermee het probleem van een gebrek aan socio-economische convergentie binnen Europa en de eurozone bijlange niet van de baan is. Het is tekenend dat er een crisis voor nodig is geweest om te komen tot een meer synchrone economische ontwikkeling die er bovendien op neerkomt dat nu iedereen even traag groeit. Bijkomend probleem is dat mag verwacht worden dat de divergentie opnieuw een feit wordt van zodra de wereldeconomie serieus aantrekt. Het beleid zal dus structureel moeten ingrijpen. 

 

Figuur: Situatie lopende rekening van de betalingsbalans

Tekortlanden versus surpluslanden, periode 1991-2010, in procent BBP

  divergentie

Opmerking : België werd in deze figuur niet opgenomen. In de periode 1991-2010 liet ons land weliswaar een gemiddeld surplus van 3,2% van haar BBP optekenen. Dit surplus brokkelde sinds 2004 echter systematisch af waardoor België sinds 2008 een tekortland is geworden.

Bron: Europese Commissie

Structureel ingrijpen

In haar kwartaalrapport over de eurozone geeft de Europese Commissie alvast aan wat zij verstaat onder structurele oplossingen. Op budgettair vlak moeten besparingsoperaties orde op zaken stellen. De grote externe onevenwichten zijn een complexer verhaal, aangezien deze een gevolg zijn van een ongelijke prijs- en vraagontwikkeling binnen de eurozone. Als gevolg van te snelle interne prijsstijgingen in combinatie met loonkosten die de productiviteitsgroei ruimschoots overtroffen, hebben de zogenaamde PIIGS landen (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje) te veel aan competitieve kracht moeten inboeten. Deze landen moeten hun (loon)kosten in bedwang houden en hun intern prijspeil beter beheersen. Ze dienen een economisch beleid te voeren dat veel meer gericht is op industriële export en minder op binnenlandse consumptie.

Maar ook surpluslanden waaronder Duitsland, Finland, Oostenrijk en Nederland moeten een bijdrage leveren door hun interne vraag te stimuleren. Daarmee zouden ze de export van deficit landen ondersteunen, al moeten deze spillover effecten niet worden overdreven. Surpluslanden hebben er vooral zelf baat bij om hun interne vraag aan te wakkeren. Ze moeten er mee rekenen dat hun export naar de rest van Europa zal leiden onder de besparingsdrift waar ze zelf hebben om gevraagd. De groeibijdrage voor hun eigen economie via export naar PIIGS landen zal dus afnemen. De interne vraag kan echter ook via investeringen aangewakkerd worden. Hiermee kan de toekomstige potentiële groei dan weer opgedreven worden, wat belangrijk kan zijn voor het opvangen van de vergrijzingkosten.

Conclusie

De problemen met de stabiliteit van de eurozone zijn structureel en grotendeels intern. Ze gaan terug tot een ongelijke economische ontwikkeling die vroeg of laat moet resulteren in een collaps van de muntunie. Hoe hard politici ook hun best doen, tegen de druk van de harde cijfers is geen politiek kruid gewassen. Straffe verklaringen afleggen helpt niet. Speculanten de oorlog verklaren al evenmin. Bij de Europese Commissie krijgt dit inzicht voet aan de grond. Helaas beschikt ze niet over de hefbomen die van meer economische coördinatie een strijdpunt kunnen maken. Een kordate aanpak voor het wegwerken van de verschillen inzake competitieve ontwikkeling alsook de grote macro-economische scheeftrekkingen blijft vooralsnog uit. De afspraken die hierover zijn gemaakt op de recente Europese topontmoetingen zijn alvast een goed begin maar volstaan bijlage niet om de trein van de convergentie te laten vertrekken voor een duurzame reis.

Reacties

Niet invullen aub
Naam *
Code   
Voeg reactie toe
 

VKW, het Ondernemersplatform

VKW is een uniek onafhankelijk netwerk van 4.000 geëngageerde leden, een platform waar u als ondernemer terecht kunt om met collega-ondernemers samen te komen en samen te werken.

 

VKW activiteiten

GebruiksvoorwaardenDisclaimer & privacyCopyright © VKW Metena 2010