
Kris Boschmans (1979) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen. De arbeidsmarkt, conjunctuur en groei en het ondernemerschap in de brede zin van het woord vormen zijn voornaamste interessegebieden.
| Gevaarlijke bonuscultuur |
| Geschreven door Kris Boschmans |
| dinsdag, 24 maart 2009 13:42 |
|
De financiële sector is verslaafd aan haar bonussen, zo lijkt het. Volgens nieuwe informatie deelt AIG, de Amerikaanse verzekeraar die zonder een overheidsinfuus ter waarde van 180 miljard dollar overkop zou gaan, maar liefst 165 miljoen dollar aan bonussen uit. De werknemers die direct verantwoordelijk waren voor de miljardenverliezen krijgen hiervan de hoofdbrok. Dit lokte een onverwacht sterke, verontwaardigde reactie van het grote publiek. In Frankrijk en Nederland hebben respectievelijk Société Générale en ING toegegeven onder zware politieke druk om af zien van hun bonussen. In Groot-Britannië bestaat grote ophef rond het jaarlijkse pensioen van 700.000 pond voor Fred Goodwin, de voormalige ‘chief executive’ van Royal Bank of Scotland en één van de pleitbezorgers van de rampzalige overname van ABN Amro. De polemiek rond bankbonussen is gevaarlijk omwille van twee redenen. Verzwakking van de politieke wilAllereerst begrijpt de man in de straat niet waarom de financiële sector beloond wordt voor haar roekeloze en verkwistende bedrag. Hoewel de uitgekeerde bedragen slechts een zeer klein percentage bedragen van de totale overheidssteun, en vrijwel alle instellingen tot voor kort meer bonussen uitkeerden, blijven bedragen van 165 miljoen dollar hoog genoeg om tot de verbeelding te spreken. De huidige controverse rond de torenhoge bonussen zal het politiek erg moeilijk maken om krachtdadig in te grijpen in het financieel systeem, hoewel dit, onrechtvaardig of niet, noodzakelijk kan blijken in de toekomst. Obama zal bijvoorbeeld erg zijn politieke goodwill moeten aanwenden mocht AIG over enkele weken nieuwe overheidssteun behoeven. Verschillende kleinere Amerikaanse banken hebben vrijwillig afgezien van overheidssteun om bemoeienis te vermijden. Nochtans is het essentieel dat banken gesaneerd worden en verdient dit alle mogelijke overheidsondersteuning. Budgettaire en monetaire stimuli zullen immers pas werken indien het financieel systeem weer is gesaneerd. Op weg naar meer overheidsbemoeienis? Ten tweede wordt de link tussen de overheidstussenkomsten in de financiële sector en overheidstussenkomsten snel gelegd. Indien de onwaardige banksector een gigantische ondersteuning verdient, is de deur al snel opengezet om ook cadeautjes uit te delen aan andere sectoren die slachtoffer zijn van de gebrekkige kredietverlening. Het ‘dirigisme’, de overheid die het bedrijfsleven stuurt en er direct in participeert, is aan een opmars bezig binnen Europa, aldus the economist. Overheden van België tot de VS onderzoeken bijvoorbeeld hoe de autosector bijgesprongen kan worden zonder al te protectionistisch over te komen. Zoals eerder bepleit bestaat er evenwel een essentieel verschil tussen de autosector en de banksector en riskeren we miljoenen te pompen in industrieën zonder al te veel toekomst. Het argument kan zelfs uitgebreid worden. Nu de overheid blijkbaar geld overheeft voor de banksector, die duidelijk niet kijkt op een miljoentje meer of minder, kan er toch ook geld vanaf voor diegenen die getroffen zijn door de crisis zonder een directe verantwoordelijkheid te dragen? Zo pleitte Vlaams minister Bert Anciaux voor een masterplan tegen de armoede als ‘eerlijke tegenbeweging’ voor de miljardensteun aan de financiële sector. Bij de recente stakingsgolf in Frankrijk was de ontevredenheid dat de overheid meer geld veil heeft voor grote banken dan voor de gezinnen duidelijk merkbaar. De druk om toe te geven aan allerhande drukkingsgroepen neemt toe naarmate de financiële sector staatssteun nodig heeft en naarmate de controverse rond deze steun toeneemt. Overheden in het algemeen, en onze overheid in het bijzonder, hebben evenwel een beperkte draagkracht om sociale maatregelen te nemen. De huidige prioriteit blijft er in de eerste plaats uit bestaan om het financieel systeem overeind te houden en gepaste crisismaatregelen te nemen. Compenserende maatregelen die de staatskas blijvend belasten, lijken momenteel niet aangewezen. Toekomstige saneringsmaatregelen zullen eveneens bemoeilijkt worden door de gecreëerde perceptie dat de staat meer over heeft voor topbankiers dan voor de sociaal zwakkeren. Noodzakelijk kwaadMochten AIG, Royal Bank of Scotland of ING ‘normale’ ondernemingen zijn, i.e. niet actief binnen de financiële sector, zouden ze momenteel zeker en vast failliet zijn. Omwille van hun cruciale betekenis voor de hele economie springen belastingsbetalers in dit geval bij. Een neveneffect van deze overheidsondersteuning is dat topmensen hierdoor een vergoeding krijgen waar zij normaliter geen recht op hebben. Dit is onethisch en wraakroepend, al te meer omdat deze topmensen hebben bijgedragen tot de huidige crisis en dus tot de verarming van anderen. De huidige controverse kan evenwel zware gevolgen hebben. Overheden moeten beletten dat het financieel systeem onderuit gaat. Om dit te voorkomen moeten systeembanken een speciale behandeling krijgen ten opzichte van andere sectoren. Onrechtvaardig of niet, blijft de ondersteuning van de financiële sector een noodzakelijk kwaad. De inhaligheid van topbankiers maakt deze stelling politiek nog maar moeilijk verkoopbaar. Hopelijk zullen we hier niet allen de prijs van moeten betalen de volgende keer er een grote instelling failliet dreigt te gaan. |
Reacties