
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| Kansen voor kansengroepen |
| Geschreven door Geert Janssens |
| maandag, 28 november 2011 21:29 |
|
De moeilijke integratie van kansengroepen dreigt onze toekomstige werkgelegenheidscreatie op de helling te zetten. De aanbevelingen van de Europese Raad van afgelopen zomer aan België leggen de vinger op meer dan één wonde. Deze bijdrage verscheen eerder in Ondernemen, het ledenblad van VKW (november 2011) De hervormingsagenda van ons land lijkt wel in slaap gesukkeld en is dringend op zoek naar nieuw momentum. De aanbevelingen van de Raad van Europa zeggen waar het op aankomt. Ze zijn uiteraard niet nieuw, maar het is wel de eerste keer dat we de hoogdringendheid ervan bijna live ondervinden, zeker nu niet alleen de financiële crisis maar ook de lang verwachte en vaak besproken vergrijzing zich effectief laat voelen.ArbeidsmarktEen opvallend gegeven is dat ruim de helft van de aanbevelingen van ver of dichtbij teruggaan tot de stroeve werking van onze arbeidsmarkt. Dat is geen toeval want om onze openbare financiën op het rechte pad te krijgen en de vergrijzingkosten betaalbaar te houden, moet onze werkgelegenheidsgraad flink de hoogte in. Zowel het inschakelen van de beschikbare arbeidsreserve als het activeren van een grote slapeloze reserve is daarbij een sleutelelement. Dat geldt uiteraard ook met het oog op de toekomst en precies daar wringt het, want de aangroei van de arbeidsreserve zit vooral bij allochtonen en een relatief grote groep (jonge) laaggeschoolden. Helaas zijn dat precies de segmenten die momenteel het minst goed aan de bak komen. Weinig EU-landen doen wat dat betreft slechter dan België (zie tabel). Bekend is dat de 55-plussers in ons land een lage werkgelegenheidsgraad laten optekenen, maar helemaal pijnlijk is de tewerkstellingsgraad van 'niet-EU-27 burgers' waarvan slechts 40% een job vindt. Het verschil met het Europees gemiddelde bedraagt maar liefst 18,1 procentpunten. Bij de laaggeschoolden is het verschil met Europa een stuk kleiner, hoewel ook hier 5,0 procentpunten een niet-geringe achterstand betekenen. Daar waar het in de rest van Europa al zo moeilijk is, vinden bij ons laaggeschoolden de weg naar de arbeidsmarkt nog moeizamer. AanbevelingenMet zo'n zieke arbeidsmarkt zijn de aanbevelingen van de Europese Raad helemaal geen overbodige luxe. Concreet wordt aangedrongen op een hervorming van de loonindexering en moet vervroegde uittreding fors aan banden worden gelegd. Cruciaal is de activering van kansengroepen. Om de arbeidsparticipatie te verhogen, moet ons land dringend de fiscale en sociale lasten op arbeid voor laagbetaalden verder verlagen. Eigenlijk moet onze belastingdruk op arbeid verschuiven naar consumptie en milieu. Maar om doelgroepen effectief te activeren, moet ook het systeem van werkloosheidsuitkeringen worden hervormd. Uitkeringen moeten geleidelijk dalen naarmate de periode van werkloosheid langer duurt. Het spreekt voor zich dat het opvolgen van deze aanbevelingen de kansen voor doelgroepen op de arbeidsmarkt gevoelig kunnen verhogen. Maar los daarvan, zullen ook de bedrijven zelf werk moeten maken van een diversiteitsbeleid op de werkvloer. |
Reacties