
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| Nul is niet genoeg |
| Geschreven door geert janssens |
| woensdag, 10 augustus 2011 21:33 |
|
De Amerikaanse centrale bank schakelt voor langere tijd over op een nulrente. Maar, hoe langer hoe minder doet het rentepeil er nog toe, ook in Europa. Wat ontbreekt, is een perspectief. Drie jaar na het uitbreken van de zwaarste crisis sinds de Grote Depressie hebben we onze schaapjes nog steeds niet op het droge. Een herhaling van het rampscenario van de jaren dertig lijkt vermeden. Lange tijd zag het er naar uit dat we ook een Japans scenario van langdurige deflatie konden afwenden maar vandaag lijkt niets nog zeker. De enige zekerheid die we nog hebben is dat de beleidsrente voor langere tijd laag blijft en centrale bankiers gedwongen worden om steeds meer papier op te kopen dat markten zelf niet meer verkocht krijgen aan de straatstenen. Daarmee worden centrale banken de bad banks van deze wereld. LiquiditeitsvalDrie jaar geleden hoopte men dat het extreem soepel monetair beleid een biotoop voor duurzaam herstel zou creëren. De tijd die men kocht, werd bovendien nuttig gebruikt voor het uitwerken van fiscale vraagondersteunende maatregelen. Althans, zo leek het want de vraaguitval werd teruggedraaid, de wereldhandel trok aan en we kenden wereldwijd een V-vormig herstel. Maar nu vrezen markten dat het op is. De lage rentes van de voorbije jaren kunnen de met schulden beladen consumenten niet langer overtuigen. Ook investeerders zien nog weinig economische opportuniteiten in een wereld met een ondermaatse vraag. Bij gebrek aan vertrouwen blijft massaal veel geld op zak of op de bankrekening. Zelfs het feit dat spaarboekjes minder opbrengen dan de inflatie, kan beleggers niet verleiden tot nemen van extra risico. Overigens, wat heet vandaag weinig of veel risico? Hiermee dreigen we terecht te komen in een liquiditeitsval. Dit is economenjargon voor een situatie waarin consumenten en investeerders niet langer kunnen worden aangespoord tot actie, noch met belastingverlagingen, noch met lagere rentes. In die zin is ook een nulrente inderdaad niet genoeg. Om de economische vraag uit dit moeras te trekken, zouden we in theorie een negatieve rente moeten hebben om terughoudende economische actoren over de brug te trekken. Onconventioneel beleidMaar wat doen we in de praktijk? Vijftien jaar geleden bepleitten economen niet-conventionele maatregelen om de Japanse economie uit haar liquiditeitsval te katapulteren. Daaronder verstaat men onder meer het wagenwijd opendraaien van de geldkraan door centrale bank. Dit kan bijvoorbeeld door schuldpapier op lange termijn op te kopen waardoor ook de rente op lange termijn daalt. Dat werkt bijvoorbeeld stimulerend voor de hypotheekmarkt. Dat de Fed dit beleid in de VS tot in het extreme heeft toegepast, belet niet dat men vandaag de mond vol heeft van een jobless recovery. Inmiddels zet ook het prille herstel van de huizenmarkt zich niet verder. Wat onze eigen ECB deed, oogde misschien minder spectaculair maar was daarom niet minder onconventioneel. Ook de ECB blies haar balans op, onder meer door het opkopen van schuldpapier van PIGS landen. Maar ook bij ons kwakkelt de economie en lijkt de eurocrisis een kat met oneindig veel levens. SymptoombestrijdingHet monetair laboratorium waarin we de afgelopen jaren vertoefden, bracht geen duurzame groei maar dure facturen. Uiteraard hadden we geen andere keuze. Maar met de tijd die we kochten, hebben we verzuimd structurele hervormingen door te voeren die het consumenten- en investeringsvertrouwen duurzaam hadden kunnen herstellen. In plaats van een grondige systeemcorrectie kregen we een lading symptoombestrijding. Op monetair vlak wandelen we van de ene crisis naar de andere zodoende de eurozone een constructie blijft die met haken en ogen aan elkaar hangt. Er werd geen kader gecreëerd dat de toekomst van de euro op een geloofwaardige manier in het vooruitzicht stelt. Onder meer als gevolg daarvan blijft ook de financiële sector een kaartenhuisje. Een stabiel bancair systeem vergt bovendien grondige bijsturingen in het financieringsmodel en het beloningssysteem alsook gecoördineerd toezicht dat tot op heden nationaal versnipperd blijft. Ook ons sociaal model werd niet of nauwelijks bijgestuurd. Het pensioensysteem blijft een piramidespel dat op ontploffen staat. In de productmarkten en met name vooral in de dienstensector staat een gebrek aan concurrentie lagere prijzen en een betere service in de weg. Ook een ontvetting van de publieke sector werd uitgesteld. Een grondige sanering van de openbare financiën op basis van uitgavennormen en meerjarenbegrotingen blijft uit. Structureel ingrijpenDeze hervormingen zouden op termijn veel meer bijdragen tot een herstel van het vertrouwen van consumenten, producenten en investeerders alsook een veel betere voedingsbodem creëren voor duurzame groei. Veel meer dan nog eens een rondje monetaire versoepeling en nulrentes. Integendeel, dat laatste dreigt hoe langer hoe meer ook het Europese spaarwezen compleet te ontwrichten. Behoudens het feit dat de lage rente een verdoken belasting is op sparen, zet het ook nog eens de verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen onder druk. Die krijgen het steeds moeilijker om de gegarandeerde rendementen op te hoesten. Dan dreigt een nieuwe golf van paniek en worden consumenten nog voorzichtiger, zoals ze ook in Japan 15 jaren geleden hebben ondervonden. |
Reacties