
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| Ook Planbureau ziet relatie tussen loonkosten en verlies martaandelen |
| Geschreven door Geert Janssens |
| maandag, 26 april 2010 00:00 |
|
Een studie van het Planbureau bevestigt wat we eerder met Metena al enkele keren hebben aangetoond. De Belgische uitvoer groeit minder snel als gevolg van een concurrentieprobleem en dat vertaalt zich onder meer in een verlies van marktaandelen. Al even gelijklopend met onze bevindingen komt ook in de studie van het Planbureau de relatie met de loonkosten in beeld. Onderzoek MetenaVorig jaar berekende VKW Metena dat België binnen een groep van 20 rijke landen en in verhouding tot de exportprestaties van die groep sinds 1990 ongeveer 16% marktaandelen heeft verloren. Eerder toonden we aan dat de evolutie van dat verlies in grote mate gelijk loopt met de opbouw van onze loonkostenhandicap. Onderzoek PlanbureauHet Planbureau komt in haar onderzoek tot een gelijkaardige bevinding. De evolutie van de Belgische marktaandelen (1993-2008) vertoont opvallende gelijkenissen met de relatieve loonkostenevolutie, zij het met enige vertraging. Concreet wil dit zeggen dat wanneer onze voor productiviteit gecorrigeerde loonkosten sneller stijgen dan bij onze handelspartners, er na enige tijd een marktaandelenverlies optreedt. Hoewel hiermee nog geen causaal verband is aangetoond, is en blijft de correlatie zeer opvallend. Eerder vonden we met VKW Metena reeds eenzelfde verband.Verkeerde geografische focusIn haar onderzoek toont het Planbureau overigens aan dat het verlies van marktaandelen vooral te wijten is aan een overdreven focus op markten die weinig of minder sterk groeien. Meer dan 70% van onze export gaat naar de oude leden van de EU met markten die beduidend minder sterk groeien dan de recenter toegetreden lidstaten, laat staan nieuw opkomende landen in Azië en de rest van de wereld. Tegenover die minder gunstige geografische oriëntatie staat een betere productspecialisatie, al kan die het geografisch probleem slechts gedeeltelijk compenseren. De productmix had in de periode 1999-2008 daadwerkelijk een gunstige invloed op onze marktaandelenevolutie. Vooral farmaceutische en metallurgische producten profiteerden van een sterke wereldvraag. Daartegenover staan zwakke prestaties van de autosector alsook telecommunicatieapparatuur. De studie van het Planbureau vindt u hier |
Reacties