
Johan Van Overtveldt (1955) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen. Hij publiceerde diverse boeken, zoals o.m. 'Maandag geen economie meer?' en 'Bernanke's test'.
| Politici vluchten weg van problemen |
| Geschreven door Johan Van Overtveldt |
| vrijdag, 21 mei 2010 12:43 |
|
In Tertio, het christelijk opinieblad, van woensdag 19 mei (nr. 536) staat een opgemerkt interview van Frans Crols met VKW directeur Johan Van Overtveldt, waar hij de prioriteiten voor onze volgende regering uiteenzet. We plaatsen dit interview integraal op het web. Wat moet de nieuwe federale regering prioritair doen voor de economie? Een huis en grond hebben waarde, zeggen vastgoedhandelaren, om drie redenen: ligging, ligging, ligging. De volgende Belgische regering moet het concurrentievermogen versterken als grote prioriteit. Tewerkstelling, publieke financiën en het concurrentievermogen vormen een logische top drie van prioriteiten, maar die begint bij prioriteit nummer één. Het zwakke concurrentievermogen verhoogt de druk op de begroting omdat je economische groei mist en onvoldoende nieuwe jobs creëert. Meer tewerkstelling betekent meer inkomsten en minder uitgaven en verhoogt het winstvermogen van de ondernemingen, en dus ook hun bijdrage aan de staatskas. Wat is de grootste handicap voor het concurrentievermogen? De te hoge loonkosten, maar de relatief hoge energiekosten beginnen ook almaar zwaarder te wegen. Metena, de denktank van VKW, ontwikkelde een model waarin de loonkosten worden gekoppeld aan het marktaandeel van België. Daarvoor is een economie gecreëerd van de 23 belangrijkste industrielanden waarmee België kan worden vergeleken, zoals bijvoorbeeld Engeland, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Japan, Italië. Waarom? Als ons marktaandeel vermindert op de schaal van de wereldeconomie, dan is de weerlegging: dat is het effect van China en India en dus is het logisch dat wij marktaandeel verliezen. Ons model schakelt het effect van China en India uit. Zo zie je hoe wij in twintig jaar tijd twintig procent marktaandeel verloren. Alleen Italië doet het slechter bij de 23. Besluit: wij verliezen marktaandeel aan landen met een vergelijkbare status als België. Wat kan daaraan gedaan worden? De loonkosten zijn in Griekenland en Portugal, rekening houdend met de productiviteit, 20 procent uit koers ten aanzien van Duitsland, en bij ons 13 tot 14 procent. Wij koersen dus op twee derde van de Griekse en de Portugese afwijking. De toverformule die in 1982 is gebruikt, een devaluatie, kan België niet meer toepassen. Om twee redenen is een devaluatie heel belangrijk: ten eerste veranderen je relatieve prijzen onmiddellijk door de devaluatie en dat is goed voor exporterende bedrijven maar ook voor bedrijven die vechten tegen invoer. De twee soorten bedrijven kunnen prompt strijden met aantrekkelijkere prijzen. Ten tweede deblokkeert de schok van een devaluatie onbespreekbare dossiers: sociale zekerheid, indexkoppeling, arbeidsmarkt.
Treuzelen onze ondernemers? Onze ondernemers willen ondernemen. Zoals de meeste mensen organiseren zij zich zoals de omgeving hen aanzet om dingen al dan niet te doen. De omgeving voor de Vlaamse, de Belgische ondernemers is dat de loonkosten, de energiekosten en de kosten van onduidelijke wetgeving zijn ontspoord. Als je industriële projecten opzet, die gemakkelijk tien jaar duren, en na drie jaar verandert de wet, is dat dramatisch. Landen als Duitsland en Nederland springen veel netter om met de rechtszekerheid. Moet een staatshervorming om de economie gezond te krijgen? Als je een begroting hebt waarin 80 procent van de niet-rente-uitgaven a priori onaanraakbaar is, die dus bestaat uit ‘verworven rechten’, en driekwart van het veto is Waals, dan is het besluit helder. Gezien onze hoge belastingdruk en de noodzaak om te saneren zitten wij nog decennia in de knoei met de begrotingen. Vooraanstaande PS’ers zeggen: voor ons is alles bespreekbaar behalve de sociale zekerheid. Dan kan je even goed zeggen dat niets bespreekbaar is, want zij bedoelen uiteraard ook de werkloosheidsreglementering, de pensioenmechanismen, de ziekteverzekering, enzovoort. Hoe kan je dan in godsnaam de publieke financiën saneren? Bij die veto’s moet de vraag worden gesteld: kan de politieke constructie België ooit uit de economische moeilijkheden geraken? De economisch-politieke convergentie van Vlaanderen en Wallonië wordt met de dag moeilijker. De beleidsmensen lopen weg van de problemen want ze hebben schrik van de waarheid. Bij briefings luisteren zij gepassioneerd en knikken ja, maar bij de koffie nadien hoor je: zeer interessant, maar jouw analyses krijg je nooit vertaald in beslissingen. Mijn antwoord is: het is de roeping van politici moeilijke zaken op te lossen. De regeringen beweren toch dat zij een goed beleid voerden? Wat de regering deed voor de banken, was geen beleid. Dat was een actie met het mes op de keel. Het was geld voor Fortis, Dexia en KBC of de apocalyps. Ook is het nonsens te beweren dat wij ons budgettair-politiek hebben aangepast aan de crisis. Er is niks gebeurd. Cheques uitschrijven die later betaald worden, dat is geen beleid. Vormt Rudy De Leeuw van de socialistische vakbond ABVV/ FGTB een probleem? Rudy De Leeuw zet al jaren een domper op een gezond sociaal overleg. Hij is de gevangene van zijn Waalse vleugel en het ABVV in Vlaanderen wordt anarchistisch. Vroeger viel er op het sociaal overleg af en toe een moedige beslissing, zeker als de regering de geldbeugel opentrok. De kas is grotendeels tot volledig leeg en het klassieke handeltje draait dus niet meer. Door de lege schatkist functioneert het Belgische beleid nauwelijks nog. En de sociale partners, gegroepeerd in de Groep van Tien, kan die een schaduwregering vormen? De Groep van Tien zou ons in de volgende maanden moeten verrassen met een toekomstgericht, fris plan. We zijn nu half mei, maar naar mijn gevoel zal dat niet gebeuren. Het water is te diep en zal te diep blijven. Ik hoop dat ik ongelijk krijg. Intussen wees een Brits adviesbedrijf België aan als prooi. België in mei 2010 op een lijn zetten met Griekenland, Portugal en Ierland is stemmingmakerij. Maar als je de zaak ten gronde bekijkt en een rangschikking maakt, dan volgt België kort op de drie zondaars. Gezien onze hoge belastingdruk en de noodzaak om te saneren zitten wij nog decennia in de knoei met de begrotingen. Hoe zullen onze politici reageren als de markten wakker worden en de ongedekte pensioenverplichtingen opmerken, de zogenaamde ‘unfunded pension liabilities’? In Frankrijk bedragen die bij een ongewijzigd beleid 400 procent van het bruto binnenlands product. Hallucinant. Op het moment dat de markten vragen stellen over wat dat betekent voor de solvabiliteit van de EU-landen zullen zij het overheidspapier wantrouwen van eender welk Europees land. Is de euro het slachtoffer van de speculanten? Eén - amper één - minister van Financiën, die van Oostenrijk, heeft tijdens de Griekenlandtop in Brussel gezegd: ik vind het fout om de speculanten te beschuldigen van alle zonden. Dat klopt als je objectief kijkt naar de gegevens van Griekenland en Portugal. Je bent een huisvader met een bescheiden portefeuille en je handelt zuinig. Vergelijk dat met een vermogensbeheerder bij een bank, een hedge fund of een verzekeringsmaatschappij. Een daad van goed huisvaderschap is daar om de Griekse en de Portugese obligaties te annuleren. Een begrotingstekort van 13 procent met mogelijk vervalste cijfers, bedrijven die internationaal niet kunnen concurreren en dus een economie in bijna onoverkomelijke moeilijkheden, daarvan gooi je het staatspapier weg. Nadien worden posities ingenomen, maar dat is een technisch gevolg van de foute economie. Voor politici is op de kap zitten van de speculanten een schaamlapje voor eigen onkunde. Is de Europese Muntunie in gevaar? De Europese Muntunie heeft drie zware weeffouten. Ten eerste ontbreekt de politieke bovenbouw: een Europese regering, een Europese minister van Financiën, een efficiënte dialoog met de Europese Centrale Bank en Europese straffen voor overtreders. Het Stabiliteitspact is een lachertje. Ten tweede wordt voor alle regio’s van de unie hetzelfde monetair beleid gevoerd, zoals in de Verenigde Staten. Dan is het belangrijk dat de arbeid mobiel is. Bij een crisis in Idaho verhuis je naar Californië, of van Ohio naar Louisiana. Maar in de EU is de arbeidsmobiliteit tussen Portugal en Denemarken nul. Asymmetrische schokken zouden, ten derde, tot een soort adempauze voor een land moeten leiden, maar dat gebeurt niet. Het verbaast mij al tien jaar hoe de politici een monetaire unie zijn begonnen, alsof al de rest automatisch zou volgen. Volstaat het huidige reddingsplan voor de euro? De massale geldbelofte haalt de druk van de ketel. Als 750 miljard euro geen indruk zou hebben gemaakt, wat hadden ze dan moeten doen? Maar zonder de drie weeffouten aan te pakken, volgen nieuwe muntcrisissen. Kunnen zware besparingen in een democratie? De straffe besparingen die Europa en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) aan de Grieken opleggen, zullen botsen op onwil, onbegrip, anarchie, betogingen, stakingen, en – als wij doordenken – irritatie bij het leger. In de marxistische folklore met nogal wat aanhang in Griekenland is het IMF het symbool van het kapitalisme. Veranderde de Europese Centrale Bank (ECB) in 24 uur haar beleid? Het scenario dat aan het einde van het weekend van 8 en 9 mei werd uitgetekend, houdt heel concreet het risico in dat de ECB op termijn een ‘bad bank’ wordt – een depot van slechte leningen en kredieten. Dat had zij gezworen nooit te willen zijn. De politici willen vermijden dat Europa voor de tweede keer in twee jaar een zware bankencrisis doormaakt, met regeringen die uitgemergeld zijn. Het zou dramatisch zijn als binnen drie weken opnieuw een speculatieve vlaag opsteekt. Met Spanje in de problemen volstaan 750 miljard euro niet. Is een splitsing van de eurozone op komst? Dat is geen theorie meer vandaag. Aan de ene kant een sterke euromark en aan de andere kant een zwakke euro. Als je dat doet, is de euro dood want zoiets is geen kleine technische aanpassing. Griekenland heeft de euro nooit ernstig in gevaar kunnen brengen. Het gevaar was de besmetting van Portugal, Italië en Spanje. Die twee laatste landen vormen een derde van de euro-economie. Dat is andere koek. De tweeledigheid is het einde van de euro en dan keer je naar een situatie van voor de euro, met landen die gekoppeld zijn aan de mark en buitenstaanders. Die tweede groep zal de oude euro niet willen of kunnen behouden want allerhande landsverschillen blijven bestaan. Wat de Duitsers vandaag tegenhoudt om hardop over dat scenario te praten, is dat ze niet nog meer commotie willen en ook bang zijn van de concurrentiële nadelen van een tweedeling. In de kern is er een sterke munt en aan de periferie een zwakke munt. Een van de economische redenen waarom Duitsland in de muntunie stapte, was dat de Duitsers het beu waren te concurreren met voortdurend devaluerende munten zoals de Italiaanse lire. Hoe snel ziet u zo’n scenario ontwikkelen? Als de fundamenten echt onder druk komen, bijvoorbeeld de onafhankelijkheid van de centrale bank, dan zullen de Duitsers serieus beginnen nadenken over een ‘Neumark’ of euromark. Nederland, Finland en Oostenrijk zullen zich daar prompt aan vastklitten. Duitsland zal niet vlug de stekker uittrekken, maar als Berlijn en Frankfurt overtuigd zijn dat de grondvesten worden beschadigd, kan het snel gaan. De door de Duitsers zo gekoesterde onafhankelijkheid van de ECB wordt op losse schroeven gezet. Als de ECB vandaag Griekse en Portugese staatsobligaties koopt, kan zij morgen Spanje, Italië en Ierland niet weigeren als die aankloppen met de eis om hun staatsobligaties ook op te kopen. Je laat de Grieken en de Portugezen genieten van een lage rente en wij moeten ons blauw betalen. Wat met België in dat scenario? België zal instinctief willen aansluiten bij de euromark terwijl ons economisch-industrieel bestel dat niet meer toelaat. De waarde van de euromark zal stijgen en onze uitvoerpositie wordt nog dramatischer. Het bedrijfsleven sukkelt meteen in een onhoudbare situatie. Maar voor alle duidelijkheid: die scenario’s zijn nog niet echt aan de orde. We hebben nog de tijd en de ruimte om de euroconstructie op een gezondere leest te schoeien. Maar de hand moet wel dringend aan de ploeg. |
Reacties