Bladwijzer en delen

Over de auteur

Geert Janssens

Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.

 


 

Wat Portugal en Finland ons leren
Geschreven door Geert Janssens   
dinsdag, 19 april 2011 13:01

In een vrije tribune in de krant De Morgen van 19 april 2011 trekt Geert Janssens, hoofdeconoom VKW Metena, lessen uit de Finse verkiezingsuitslag. Om uit het oog van de financiële markten te blijven, moet ons land dringend werk maken van haar structurele mankementen. Lees hier het artikel zoals het is verschenen in De Morgen.

Goede afspraken maken goede vrienden, zo dachten de founding fathers van het europroject en dus werd er vooral onder druk van Duitsland een controlerend kader uitgewerkt. Terwijl een onafhankelijke Europese Centrale Bank de monetaire stabiliteit zou bewaken, moest het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) voldoende budgettaire orthodoxie afdwingen. Enkele crisissen later weten we dat het beleidskader verre van optimaal heeft gefunctioneerd.

Het nieuwe raamwerk inzake economic governance dat Europa vandaag uittekent, moet aan die tekortkoming tegemoetkomen. De problemen met Griekenland en Ierland hebben al aangezet tot de creatie van een reddingsmechanisme waar ook Portugal een beroep zal moeten op doen. Voorkomen is echter beter dan genezen. Om te vermijden dat onevenwichtige situaties zich bestendigen en uitgroeien tot onstuitbare sneeuwballen doet men er goed aan om het SGP fors uit te bouwen en veel meer afdwingbaar te maken.

De tijd dringt. De verkiezingsuitslag in Finland (DM 18/4) toont aan dat de democratische legitimering voor een zachte aanpak binnen de eurozone in ijltempo afbrokkelt. Het kiespubliek in 'surpluslanden' gaat steeds meer twijfelen aan de goede bedoelingen van probleemlanden en wil niet blijven opdraaien voor de kosten van het feestje. Zo gaan ook markten opnieuw twijfelen aan de haalbaarheid van budgettaire saneringsoperaties en de zorgvuldig uitgekiende reddingsplannen.

De hervorming van het SGP, die in de steigers staat, is nochtans veelbelovend. Langs budgettaire zijde zou er in de toekomst veel sneller kunnen worden bijgestuurd via het beperken van de groei van de overheidsuitgaven en het sneller terugdringen van de schuldgraad. Nieuw is ook het luik macro-economische coördinatie dat aan het SGP zou worden toegevoegd. Op basis van een boordtabel kan de competitieve positie nauwlettend worden opgevolgd. Als knipperlichten gaan branden, kan de Europese Commissie lidstaten op de vingers tikken. In afwachting van de bekrachtiging van deze nieuwe Europese beleidsconstellatie lijkt het een nuttige denkoefening om de positie van België alvast in te schalen. Een vergelijking met Portugal, dat recentelijk onderuit ging, dringt zich op.

Met een begrotingstekort van 3,7 procent voor dit jaar ligt voor België de weg open om in 2012 de 3-procentnorm van Maastricht vlotjes te halen. Tegen 2015 lijkt een evenwicht zelfs een haalbare kaart. Leterme kondigde vorige week aan zowaar beter te willen doen met een licht overschot. De regering wil ook tegen 2015 de schuldgraad afbouwen van bijna 100 procent van het BBP naar 88,4 procent. België lijkt daarmee goed op weg om ruim te voldoen aan de nieuwe Europese regels voor afbouw van de schuldgraad. Althans op papier, want de echte gevaren komen echter uit een andere hoek. Wat technisch haalbaar lijkt, is in de praktijk des te moeilijker, gegeven de politieke constellatie waarin die techniciteit tot haar recht dient te komen. Het voorbeeld van Portugal toont aan dat politieke onenigheid door de markten zwaar wordt afgestraft, zeker wanneer een liquiditeitscrisis nakende is. Laat dat alvast een waarschuwing zijn aan het adres van het beleid. Het Portugees begrotingsprobleem mag met een tekort van 7,3 procent in 2010 dan een maatje groter zijn, de schuldgraad zal dit jaar net onder die van België blijven liggen. De vergelijking gaat minstens ten dele op.

Een tweede gevaar komt uit socio-economische hoek. In de Europese boordtabel die vandaag wordt besproken, lichten twee waarschuwingslampen op. Behalve in Griekenland stegen de loonkosten binnen de eurozone nergens zo snel als bij ons. Inzake verlies van internationale marktaandelen zijn we koploper in de EU. Het systeem van automatische loonindexering zoals wij het vandaag kennen, strookt niet met de voorwaarden tot deelname aan een muntunie. Vooral in moeilijke tijden werkt de index sterk concurrentiebelemmerend. Het blind toekennen van de index zonder te corrigeren voor conjunctuur, de loonkostenevolutie in de buurlanden en de relatieve productiviteitsevolutie, holt de concurrentiekracht traag maar zeker uit.

De boordtabellen bevatten ook positief nieuws. In vergelijking met bijvoorbeeld Portugal beschikken wij over een veel groter netto financieel vermogen. Trek je van al onze vorderingen op het buitenland de schulden af, dan houden we een nettovermogen van meer dan een derde van onze welvaart over. Hier staan de Portugezen 100 procent van hun BBP in het krijt. Ons overschot staat overigens in nauw verband met de handelsoverschotten die we de afgelopen decennia konden opbouwen. Terwijl wijzelf in 2010 een overschot van 1 procent op onze lopende rekening boekten, ging Portugal zwaar onderuit met een tekort van 10 procent van het BBP. Ook in vergelijking met Spanje, naar verluidt de volgende op het lijstje van de speculanten, staan we er op dat vlak stukken beter voor.

Maar die positie hebben we verworven op basis van prestaties in het verleden. Markten kijken ook vooruit. Het tempo waarin we marktaandelen verliezen, doet eraan herinneren dat handelsoverschotten geen verworvenheid zijn.

Wat markten vragen

Het probleem met het positieve nieuws is dat het indicatoren betreffen die veel zeggen over het verleden. Het tempo waarin we marktaandelen verliezen, doet markten twijfelen aan onze solvabiliteit op langere termijn. Om de financiering van de sociale zekerheid en de vergrijzing te torsen, moet onze werkgelegenheidsgraad drastisch omhoog. Sinds de invoering van het Generatiepact moddert ons land maar wat aan. Het niet aanpakken van het tanend concurrentieprobleem, onder meer via een beheersing van de loonkosten en een discussie over de loonindex, belooft weinig beterschap. Hoe gaat ons land tegen die achtergrond en gegeven de onwerkbaarheid die zich meester heeft gemaakt van het politieke besluitvormingsproces, vermijden dat we in een schuldenspiraal terecht komen? We zijn zeker nog geen Portugal, maar enkele maanden geleden dachten ook de Portugezen dat ze nog geen Ieren waren.

Reacties

Niet invullen aub
Naam *
Code   
Voeg reactie toe
 

VKW, het Ondernemersplatform

VKW is een uniek onafhankelijk netwerk van 4.000 geëngageerde leden, een platform waar u als ondernemer terecht kunt om met collega-ondernemers samen te komen en samen te werken.

 

VKW activiteiten

GebruiksvoorwaardenDisclaimer & privacyCopyright © VKW Metena 2010