
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| We hebben nood aan sociaal overleg op maat |
| Geschreven door Geert Janssens |
| maandag, 20 februari 2012 10:00 |
|
Is het sociaal akkoord bij BNP Paribas Fortis, waar loon werd ingeleverd voor werkzekerheid, de voorbode van een gedecentraliseerd sociaal overleg naar Duits model in eigen land? De nood is in elk geval groot. Het sociaal akkoord bij BNP Paribas Fortis van eind vorig jaar kwam onlangs opnieuw in de actualiteit. De aanleiding was het feit dat 10.000 medewerkers een bedrijfswagen kregen aangeboden als compensatie voor het loonverlies. Omdat die vorm van verloning fiscaal voordeliger is, luidt de kritiek dat de bank fiscale optimalisatietechnieken gebruikt om haar sociaal akkoord te smeren. Deze kritiek is deels terecht maar gaat voorbij aan een veel fundamenteler aspect: de loonkosten in ons land zijn te hoog en het sociaal overleg is te veel eenheidsworst. Die combinatie is dodelijk voor de werkgelegenheid. RevolutionairWaarom is het sociaal akkoord, dat bij BNP Paribas Fortis werd afgesloten, naar Belgische normen tamelijk revolutionair?
Sociale innovatieOp zich zijn dit geen spectaculaire ingrepen maar het zijn moeilijke tijden en dan komt wat creativiteit goed van pas. Het is net die creativiteit die ons land al te lang ontbeert. Dat beetje bevlogenheid dat sociale akkoorden toelaat om de eigenste situatie van een bedrijf in rekening te brengen. Vooral bedrijven in moeilijkheden moeten kunnen afwijken van doorgaans dure interprofessionele loonakkoorden. En onze akkoorden zijn duur omdat ze hebben geleid tot de opbouw van een loonkostenhandicap met onze buren die vandaag reeds 10 miljard euro bedraagt. De prijs vertaalt zich niet alleen in een verlies aan concurrentiekracht maar ook in de laagste werkgelegenheidsgraad van de Oeso. Sociale innovatie draait in andere landen sinds vele decennia op volle toeren. DuitslandEen recent voorbeeld is Duitsland dat een jaar of tien geleden begon aan een opmars tot exportkampioen van Europa. De sterke Duitse industrie met innovatieve familiale kmo’s vormen de hoeksteen van dat succes. Maar ook op sociaal vlak werd stevig geïnnoveerd. Duitsland teerde daarbij op haar traditie van ‘Mitbestimmung’, wat betekent dat de vakbonden ook een zitje hebben in de Raad van bestuur van een bedrijf of een behoorlijke mate van inspraak krijgen in het strategisch beleid. De Hans-Böckler-Stichting, een denktank van de Duitse vakbond, benadrukte meermaals dat dit de Duitse werknemers in crisistijden beter heeft beschermd. Dat is niet onlogisch: sociale akkoorden die worden afgesloten op een decentraal- of bedrijfsniveau kunnen de noodzakelijkheid van een situatie veel beter inschatten. Men zet immers zijn handtekening onder een tekst die bepalend is voor de toekomst van de eigen job. En als die in gevaar is dan wil men daar gerust iets voor opofferen, met als neveneffect een zeer specifieke vorm van solidariteit tussen werknemers. Een akkoord dat op een nationaal niveau wordt afgesloten is echter te veel bandwerk en kan geen rekening houden met de situatie waarin een willekeurig bedrijf zich bevindt. VerantwoordelijkheidDoor sociale akkoorden af te sluiten op een meer gedecentraliseerd niveau kon de Duitse loonmatiging aldus gekoppeld worden aan concrete doelstellingen, zoals het vrijwaren van de concurrentiekracht van het bedrijf in combinatie met het behoud van jobs. Deze hogere betrokkenheid op het eigen werkterrein heeft niet alleen geleid tot solidariteit op bedrijfsniveau maar ook tot een grotere zelfverantwoordelijkheid. In het eigen Belgisch sociaal model ontlopen de sociale partners deze vorm van verantwoordelijkheid op een systematisch wijze. Dure nationaal onderhandelde loonakkoorden verhinderen niet alleen een behoud van concurrentiekracht en werkgelegenheid, maar zetten ook de betaalbaarheid van ons sociaal model op de helling. Daarom moeten we snel evolueren naar een sociaal overlegmodel waar afwijkingen van het nationaal akkoord de evidentie zelve zijn. Enkel op die manier krijgen bedrijven in moeilijkheden de kans geven om in een sfeer van sociale vrede zichzelf te redden. |
Reacties
Als de bedrijfsleiding van kmo's niet klaar staat om onderhandelingen op bedrijfsniveau te voeren, dan lijkt het ons eerder een veeg teken en tevens een dringende opdracht voor ons allen om hen daartoe te bewapenen.
1.de actuele indeling van sectoren leidt niet meer tot een voldoende homogene groep
2.inefficient want in alle (sub)sectoren wordt hetzelfde ritueel opgevoerd met dezelfde (tegen)argumenten
3.de discusies zijn verregaand rigide en inspiratieloos en bieden heel weinig ruimte om echt samen na te denken over de toekomst.
Toch blijft het uittekenen en uitwerken van een kader verdedigbaar.Nationaal of beter regionaal worden dan gerechten en menu's samengesteld.Daarna gaan de bedrijven zelf direct aan tafel en kiezen ze één van de menu's of beslissen ze à la carte te eten en indien ze dit willen kunnen ze ook nog een specialleke vragen aan de kok.
Maar gezien niet iedereen culinbair onderlegd is moeten er kant en klare menu's beschikbaar zijn.