Bladwijzer en delen

Share/Bookmark

Over de auteurs

kris-boschmans

Kris Boschmans (1979) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen. De arbeidsmarkt, conjunctuur en groei en het ondernemerschap in de brede zin van het woord vormen zijn voornaamste interessegebieden.


Johan Van Overtveldt

Johan Van Overtveldt (1955) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen. Hij publiceerde diverse boeken, zoals o.m. 'Maandag geen economie meer?' en 'Bernanke's test'.

Follow jvanovertveldt on Twitter


 

Wereldeconomie heeft geen nood aan verkapt protectionisme
Geschreven door Kris Boschmans, Johan Van Overtveldt   
woensdag, 18 augustus 2010 14:20

In een artikel van De Tijd op 12 augustus tracht Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger voor de sp.a, een aantal mythes rond vrijhandel door te prikken. We vervangen zijn mythes door genuanceerde vaststellingen omtrent vrijhandel.

Vrijhandel is een win-win-situatie

Martens steekt van wal met de bewering dat vrijhandel niet altijd in het voordeel van alle betrokken landen is. Volgens de gangbare economische theorie leidt vrijhandel tot een specialisatie; landen kunnen zich specialiseren in activiteiten en producten waar ze sterk staan en andere goederen en diensten goedkoper importeren dan ze zelf kunnen produceren. Alle betrokken partijen winnen bij deze specialisatie.

Volgens Bart Martens gaat deze economische theorie vaak niet op in de praktijk. Landen met een absoluut kostenvoordeel zouden de economische koek te veel opslokken ten nadele van andere landen. De praktijk wijst evenwel op het omgekeerde. Het meest extreme voorbeeld betreft China, een land dat qua loonkosten een zéér stevig voordeel heeft ten opzichte van OESO-landen en zich opwerkt als ‘fabriek van de wereld’. Desondanks is China de grootste exportmarkt voor ontwikkelde landen als Australië, Japan en Zuid-Korea en de op twee na grootste exportmarkt voor de VS en de EU. China is geen alleenstaand geval. Zo zijn de recente en indrukwekkende groeicijfers van Duitsland voor een groot deel te wijten aan de export naar snel groeiende markten. Kortom, de wereldhandel verloopt in twee richtingen, en in het voordeel van beide partijen, ondanks gigantische verschillen in loonkosten.

Bovendien hebben landen die zich economisch snel hebben ontwikkeld, of dit momenteel aan het doen zijn, dit vrijwel onveranderlijk te danken aan hun inschakeling in het internationale handelsgebeuren. In het verlengde hiervan zou een afbouw van handelsbelemmeringen zowat alle regio’s van de wereld ten goede komen. Het welvaartseffect van een verwijdering van alle handelsbarrières wereldwijd bedraagt 0,6 procent van het BBP voor OESO-landen, aldus een studie van de Verenigde Naties. Voor landen in ontwikkeling lopen deze baten zelfs op tot 1,9 procent van het BBP.

Vrijhandel leidt tot minder armoede

Een tweede stelling is dat vrijhandel onvoldoende bijdraagt tot armoedebestrijding. Hiermee kunnen we ons ten dele vinden. Hoewel vrijhandel onmiskenbaar leidt tot meer economische groei, profiteert niet iedereen hier in dezelfde mate van. De ongelijkheid neemt immers ook vaak toe bij een land in volle ontwikkeling, waardoor het inkomen van de armsten dus vaak minder sterk toeneemt dan gemiddeld.

Martens gaat evenwel verder en suggereert dat vrijhandel, integendeel, leidt tot méér armoede. Zo schrijft hij dat ‘vele drenkelingen door vrijhandel te pletter slagen, zonder opgepikt te worden door andere schepen.’ In meer prozaïsch taalgebruik: vrijhandel is vaak slecht voor de armen in deze wereld. Deze stelling is pertinent onjuist; het stimuleren van economische groei, waar vrijhandel een essentieel onderdeel is, leidt tot wel degelijk tot een meer welvaart in het belang van iedereen, ook van de allerarmsten. Hiervoor verwijzen we bijvoorbeeld naar een studie van de Wereldbank met de ondubbelzinnige titel ‘Growth is good for the poor’, waar het empirische verband tussen de openheid tot de wereldhandel en het inkomen van de 20 procent armsten wordt onderzocht in 92 landen.

Vrijhandel spekt de staatskas

Een derde kritiek is dat vrijhandel te weinig zorgt voor afroombare bedrijfswinsten, te weinig doet voor de staatskas. ‘De belastingen op bedrijfswinsten zijn afgenomen, ten nadele van de belastingen op arbeid,’ zo stelt Martens. De effectieve belastingsvoet op bedrijfswinsten is inderdaad wereldwijd gedaald, maar wat hierbij vergeten wordt is dat belastingen op arbeid ook betaald worden door de onderneming waarbij men tewerkgesteld is, zij het direct, zij het indirect. Voor Vlaanderen, waar buitenlandse bedrijven goed zijn voor 41 procent van de tewerkstelling (cijfer voor 2007) en met zijn zeer zware belastingsdruk op arbeid, zijn buitenlandse investeringen absoluut cruciaal, ook voor de staatskas. Onze overheidsfinanciën, en bij uitbreiding ons sociaal vangnet, is dus sterk afhankelijk van de vrije wereldhandel.

Vrijhandel leidt niet tot meer honger en milieuvervuiling

Voorts zou vrijhandel leiden tot meer honger in de wereld, aldus Martens, en tot meer milieuvervuiling. Wat het eerste punt betreft, bestaat er weinig of geen empirische evidentie om deze claim te ondersteunen, eerder integendeel (cfr de argumenten rond armoede). Een afbouw van de handelsverstorende subsidies die landbouwers in de VS, Japan en vooral de EU ontvangen van overheidswege, zou hoogstwaarschijnlijk net een gunstig effect uitoefenen inzake de bestrijding van het hongerprobleem.

De andere bezorgdheid, dat wereldhandel negatieve milieu-effecten tot gevolg heeft, is niet helemaal onterecht, maar wordt veelal zwaar overschat. De wereldproductie zal zich niet systematisch verplaatsen naar landen met de meest lakse milieunormen. Een ander onderzoek van de Wereldbank, bijvoorbeeld, wijst er op dat, indien de EU en de VS CO2 emissies weten terug te dringen met 17%, de uitstoot in landen in ontwikkeling slechts met 1% zal toenemen. Vrijhandel hoeft dus niet noodzakelijk te botsen met strengere milieunormen. Landen die momenteel zwaar investeren in energiezuinigheid en milieubewuste technologieën zullen hier integendeel de vruchten van plukken in een geglobaliseerde wereld.

Eerlijke handel?

Kortom, vrijhandel is geen wondermiddel en biedt geen allesomvattende oplossing voor alle wereldproblemen. Zelfs in een compleet geliberaliseerde wereld heeft doelgerichte armoedebestrijding en milieubescherming nog steeds zijn plaats. Indien de tegengestelde opvatting leefde bij een groot deel van de bevolking, wat volgens ons sterk te betwijfelen valt, prikken we deze ‘mythe’ rond vrijhandel dan ook graag door. Het omgekeerde suggereren, dat vrijhandel een negatieve invloed uitoefent en daarom bij voorkeur beknot moet worden, gaat echter veel en veel te ver.

Dit is echter de conclusie van Martens, die op basis van alle ‘schadelijke gevolgen’ van vrijhandel, dan ook pleit voor een ‘eerlijke handel’ waarbij sociale en ecologische doelstellingen een belangrijker rol moeten spelen. Dit is misplaatst en tegen de belangen van de allerarmsten. Allerhande technische handelsbarrières zoals productnormering, technische specificaties en standaarden, die de toegang tot de eigen markt bemoeilijken, zijn al in opmars sinds het uitbreken van de financiële crisis, net als het aantal antidumpingmaatregelen. Deze handelsbelemmeringen schaden het economische herstel, vooral voor landen in ontwikkeling, waar de mogelijkheden om te voldoen aan allerhande normen en reguleringen van hun rijkere handelspartners vaak ontbreken. Een oproep tot een sterker gebruik van dergelijke vormen van verkapt protectionisme is het laatste waar de wereldeconomie momenteel nood aan heeft.

Reacties

Niet invullen aub
Naam *
Code   
Voeg reactie toe
 

VKW, het Ondernemersplatform

VKW is een uniek onafhankelijk netwerk van 4.000 geëngageerde leden, een platform waar u als ondernemer terecht kunt om met collega-ondernemers samen te komen en samen te werken.

 

VKW activiteiten

GebruiksvoorwaardenDisclaimer & privacyCopyright © VKW Metena 2010