Rik De Wulf (1957) is Business Ethics Manager bij VKW Metena. Hij is master in de organisatiepsychologie, gezondheidswetenschappen en Business Administration. Zijn bijdragen situeren zich op het bredere terrein van het ethisch ondernemen.
| Work-life balance: een valse tegenstelling |
| Geschreven door Rik De Wulf |
| dinsdag, 08 november 2011 14:59 |
|
Er schort iets aan ‘work-life balance’. Het stelt leven en werk voor als gescheiden werelden. Alsof er in ‘work’ geen ‘life’ te vinden is. En omgekeerd. Hoe lossen we deze valse tegenstelling op?
‘Work’ tegenover ‘life’We leiden gevulde levens. Een dagelijkse zorg voor velen is het kunnen afgestemd krijgen op elkaar van de vaak conflicterende verwachtingen – lees eisen - die werk en persoonlijk leven stellen. ‘Work-life balance’ heet het in eigentijds Nederlands. Een trendy begrip, dat een verlangen, een gemis induceert. Maar er schort iets aan de term. Het stelt ‘work’ en ‘life’ voor als gescheiden werelden. Alsof er in ‘work’ geen ‘life’ te vinden is. En omgekeerd. Wat moeten we hiermee? Tijd en tijd is tweeWe kennen twee soorten tijd. De Grieken, die voor ons al wisten wat beschaving is, noemden ze ‘chronos’ en ’kairos’. Chronos is de kloktijd: de opeenvolging van vaste, meetbare tijdseenheden. Kairos verwijst naar de beleving van tijd: de tijd als scheppende kracht in iedere mens, groep of gemeenschap. Het is de kwalitatieve dimensie van tijd, die thuis hoort in de sfeer van creativiteit en inspiratie. Twee benaderingen van tijd, die elk een ander licht werpen op het work-life-balance-vraagstuk. Hoe hou ik het vol?‘Chronos’ is in onze moderne samenleving het ordeningsprincipe bij uitstek. Leven en werk zijn georganiseerd op basis van kloktijd. In de bedrijfscontext is ‘tijd x bedrag’ de meest gebruikte financiële afrekenmethode, zowel in relatie tot de klant als de werknemer. Het achterliggende mensbeeld is dat van de mens als eenling met economische waarde. Tijd is geld, en in deze hoedanigheid rechtstreeks verbonden met winstvorming. Het work-life balance-thema, door deze bril gezien, is een kloktijd-vraagstuk. Hoe krijg ik zowel mijn wensen als mijn verplichtingen allemaal ingepland? Hoe verhouden draagkracht en draaglast zich ten opzichte van elkaar?… Hoe groot is de regelruimte en de flexibiliteit in de werkorganisatie? Hoe tegemoetkomend is de organisatie naar de persoonlijke besognes van haar medewerkers? Wat uiteindelijk neerkomt op: hoe hou ik het vol?! Het probleem blijkt urgent: gemiddeld 70% van de respondenten in diverse onderzoeken ervaart de balans tussen werk en persoonlijk leven als niet gezond. Des te moeizamer het jongleren tussen jobverwachtingen op het werk en verantwoordelijkheden in de persoonlijke levenssfeer, des te meer kans op verminderde productiviteit, gespannen werkrelaties, afwezigheid, demotivatie en afhaken. Positieve R.O.I. voor work-life-programma’sOndernemingen die de zorg voor hun medewerkers ter harte nemen (‘caring companies’) zoeken naar antwoorden: ze bieden ondersteunende huishoudelijke diensten en kinderopvang aan, bouwen flexibele werktijden in, opteren voor telewerk enz… Deze aanpak loont, zowel vanuit het perspectief van de medewerker als de organisatie. De opbrengst of ‘return on investment’ van investeringen in work-life-initiatieven en programma’s blijkt positief, wat valt af te lezen aan meetindicatoren zoals: reductie van niet-productieve tijd (werknemers zijn minder in beslag genomen door privézaken tijdens de werktijd), verhoogde retentie (voor 60% is gezonde work-life balance doorslaggevend om bij de huidige werkgever te blijven), toegenomen engagement (bereidheid om de ‘extra mile’ te gaan), gedaald absenteïsme en vermindering van stress-gerelateerde ziektes. Voegen we daar nog sterkere ‘employer-branding’, betere klantrelaties en gesterkt vertrouwen aan toe en de klus lijkt geklaard. Work-life balance anders bekekenLaten we echter ook eens door de andere bril, die van de ‘beleefde’ tijd, de ‘kairos’, naar dit evenwichtsvraagstuk kijken. De vraag is dan niet meer: “hoe hou ik het vol?” maar wel: “Is het zin-vol?” Staat mijn leven ‘on hold’ tot het einde van de werkdag, of is mijn dagactiviteit in zich ook ‘leven’? Vanuit dit tijdsperspectief kijken we niet langer één-dimensioneel naar de mens als een economische actor, maar als een drager van talenten en mogelijkheden, die zoekt iets te kunnen betekenen voor anderen, die deel wil uitmaken van een gemeenschap en iets wil bijdragen dat in lijn ligt met wie hij of zij is. Werk krijgt hier een waarde in zichzelf die verder gaat dan materiële opbrengst. Mensen zoeken naar betekenis in het werk. Ze hebben behoefte aan persoonlijke relaties en aan verbinding met anderen. Werk grijpt rechtstreeks in op het besef ‘iemand te zijn’, op het gevoel echt te leven. Leven in stukjesJammer genoeg kunnen de meeste van onze organisaties hier vandaag niet mee uit de voeten. Ze zijn er niet op ingericht. Het welzijn van mensen en de wijze waarop we het werk organiseren staan op gespannen voet met elkaar. Waar we er niet in slagen werk en leven met elkaar te verbinden ontstaat fragmentatie. Het leven wordt een mozaïek van afgescheiden stukjes tijd Persoonlijke en gebonden tijd. De balans tussen werk en leven is een balans tussen vrijheid en onvrijheid geworden. Om de ontbrekende ‘ver-vulling’ in het werk in te halen of te compenseren zie je mensen zich verliezen in overvolle vrije tijdsprogramma’s, die vaak op hun beurt niet veel meer dan ‘vulling’ opleveren. Met als cynisch gevolg: andermaal overbelasting, nieuwe planningsproblemen, eeuwige vermoeidheid én … meer vraag naar work-life balance. En-én-benaderingWork-life balance stelt, in de tweede zienswijze, de vraag naar: hoe wordt ‘work’ zelf ook ‘life’? Dat vraagt andere oplossingen, dan het aanbieden van gezinsvriendelijke en persoonsgerichte faciliteiten. Andermaal: niets mis daarmee, wanneer het om oprechte zorg en toewijding van ondernemingen voor hun medewerkers gaat. Maar ze spelen in op de kwantitatieve zijde van het tijdsvraagstuk. Het effect ervan is extrinsiek: het draagt bij tot betere werkcondities, en dus tot comfortcverhoging. Maar het draagt niet rechtstreeks bij aan de intrinsieke kwaliteiten van het werk zelf. Al moeten we nuanceren. De effecten van de geboden faciliteiten kunnen ook ruimer gaan. Ze kunnen mensen in de concrete mogelijkheid stellen job- of loopbaankeuzes te maken die aansluiten op hun innerlijke drijfveren, waardoor ze hun persoonlijke aspiraties kunnen realiseren. Iets wat ze zonder deze tegemoetkomingen misschien aan zich zouden moeten laten voorbij gaan. Hieruit kan een positieve job- en tijdbeleving ontstaan, waarbij ‘work’ en ‘life’ geen dilemma meer vormen, maar verweven zijn. Chronos en kairos komen hier samen. Wie het geluk kent een job te doen die je energie niet wegneemt, maar ze doet stromen, keert – hoe hard gewerkt ook – anders naar huis terug. Dat neemt niet weg dat de besteding van tijd en energie aan verschillende levensgebieden een voortdurende evenwichtsoefening blijft. Niet één van beide tijdsbenaderingen verdient dus onze aandacht, maar beide, in een én-én-visie Misschien moeten we dat niet meer ‘work-life balance’ noemen, maar gewoon ‘life balance’. |
Reacties