
Geert Janssens (1968) is hoofdeconoom bij VKW Metena en is licentiaat-doctorandus in de Economische Wetenschappen alsook Master in Corporate Finance. Hij publiceerde vooral rond macro-economische onderwerpen en de werking van de arbeidsmarkt.
| Zeepbellen blazen |
| Geschreven door Geert Janssens |
| donderdag, 08 september 2011 08:04 |
|
Deze bijdrage verscheen ook in Ondernemen, het ledenblad van VKW Paul Krugman baseerde zijn metafoor op een babysitsysteem uit het Amerika van de jaren zeventig waarbij een 150-tal gezinnen op elkaars kinderen pasten. Om er zeker van te zijn dat iedereen zijn bijdrage zou leveren, werd er gewerkt met vouchers. Wie zelf een avondje oppaste, ontving zo’n voucher; wie anderen liet oppassen, deelde er één uit. Een faire deal die evenwel vlug op haar limieten stuitte. Want, vooraleer ze te willen uitgeven, wilden ouders een voorzorgvoorraad vouchers bij elkaar sparen. Iedereen was bereid om te babysitten (groot aanbod) maar niemand wou gebruik maken van andermans diensten (kleine vraag). De babysiteconomie blokkeerde. Aanvankelijk dachten de organisatoren van het systeem dit probleem te ondervangen met regeltjes, maar de meer elegante oplossing bleek uiteindelijk van monetaire makelij. Door meer vouchers in circulatie te brengen, konden gezinnen erop betrouwen dat er steeds vouchers genoeg in omloop waren. Omdat men erin geloofde dat anderen dat ook zouden doen, ging men zelf een avondje stappen. Zo kwamen de vouchers uiteindelijk in omloop. Japanse valAls we de babysiteconomie projecteren naar de wereld van vandaag, dan zien we centrale banken extra geld (vouchers) in het systeem pompen om een zwakke vraag te stimuleren. Bij uitbreiding zien we een financieel stelsel dat gezinnen toelaat om geld (vouchers) te lenen dat ze achteraf terugbetalen met intrest. Door te spelen met de intrestvoet kan de appetijt voor een avondje stappen in evenwicht worden gebracht met de bereidheid tot babysitten. Maar wat doe je zodra de evenwichtsrentevoet eigenlijk negatief zou moeten zijn? Dat was halfweg de jaren ‘90 het geval in Japan. De economie was er zo beroerd aan toe dat niemand nog vertrouwen had in een goede afloop. De kortetermijnrente lag al geruime tijd onder het inflatieniveau waardoor sparen werd bestraft. Omdat de vraag desondanks zwak bleef, adviseerden Krugman en vele anderen, dat de autoriteiten massaal veel geld (vouchers) in omloop zouden brengen. Ook de rente moest naar nul procent. Zo geschiedde maar het plan heeft helaas niet gewerkt. Integendeel, toen men enkele jaren later ook nog eens kreeg af te rekenen met dalende prijzen, gingen consumenten hun aankopen nog langer uitstellen. De Japanse economie kwam terecht in een val waar ze tot op heden nog niet volledig is uitgeklauterd. SuperzeepbellenVandaag is er bij ons nog geen sprake van dalende prijzen maar de rente op korte termijn ligt al geruime tijd onder de inflatie. Consumenten en investeerders kregen afgelopen zomer desondanks de daver op het lijf door onder meer oplopende schulden, de eurocrisis en de afwaardering van VS-papier. Ook de lage intrestvoeten kunnen niet bekoren. Japanse lessen leren dat we dringend uit een ander vaatje moeten tappen. In het heetst van de crisis was de monetaire versoepeling zeker nodig maar de tijd die we ermee kochten, werd blijkbaar niet gebruikt om vertrouwen te wekken. Inmiddels moeten we vrezen dat de geldcreatie uitmondt in nieuwe zeepbellen. Met China, goud en grondstoffen zijn er kandidaten genoeg, maar de grootste zeepbellen zouden wel eens de balansen van de centrale banken kunnen worden. Ook onze eigen ECB koopt noodgedwongen steeds meer papier met een dubieuze waarde. De vraag wordt nu wie binnenkort de ECB zal redden zodra haar vouchers minder waard blijken te zijn dan het getal dat erop werd afgedrukt? |
Reacties